Categorie archief: slavernij

Het ‘E-woord’ doet geen pijn

Historicus Piet Emmer was al niet erg populair bij groepen die excuses voor het Nederlandse slavernijverleden op de politieke agenda willen houden. Dat zal hij er niet beter op hebben gemaakt met zijn artikel in Trouw aan de vooravond van de herdenking van 150 jaar afschaffing van de slavernij. Zijn betoog heeft een hoog ‘wir habben es nicht gewusst’ gehalte. Sympathieker is het artikel van Frans Timmermans in dezelfde krant.

Tulamonument op Curaçao

Tulamonument op Curaçao

Waar de minister van Buitenlandse Zaken weet dat de slavernij niet uitsluitend een Europese misstand was, erkent hij dat er in Nederland te weinig aandacht is geweest voor dit verleden en de vrijheidsstrijd van bijvoorbeeld Boni (in Suriname) en Tula (op Curaçao). En die strijd is nog steeds niet voorbij, aldus Timmermans.

Goedpraten
Emmer daarentegen wijst met het vingertje naar iedereen behalve de Nederlanders, zo lijkt het. Het waren de Afrikanen en Arabieren die de slaven ronselden. Voor de Nederlandse welvaart van nu was de slavernij zelfs ‘een noodzakelijk kwaad’. Gelukkig was het nog wel een kwaad, maar een dergelijke omschrijving komt toch wel erg dicht bij goedpraten. Emmer verwijt het de abolitionisten dat ze niet de hele waarheid hebben verteld. Op die manier kunnen we elke lobbyist wel aan de schandpaal nagelen.

Toegegeven, de slavernij wordt soms te gemakkelijk gebruikt om fouten van nu te verklaren. Dat hoge bloeddruk met het slavernijverleden te maken heeft lijkt inderdaad wat ver gezocht. En dat Nederland rijk is geworden van de slavernij valt op zijn minst te nuanceren. Maar dat de huidige generaties niets meer te maken hebben met dat verleden is wel erg gemakkelijk. Of, zoals een Nederlandse zich er onlangs in een NTR-documentaire over Curaçao vanaf maakte: Zonder de slavenhandel hadden de Curaçaoënaars het nu veel slechter gehad in Afrika.

Het E-woord
Waarom zouden wij geen excuses kunnen maken voor de daden van onze voorouders? Daarmee zeggen we toch niet dat we zelf schuldig of verantwoordelijk zijn? We erkennen alleen dat er in het verleden mensenrechten zijn geschonden en dat onze voorouders het verkeerd hebben gezien. Excuses doen geen pijn, maar maken wel veel goed. De vrees dat er daarna herstelbetalingen kunnen worden geëist door de nazaten van de slaven is net zo onterecht als het halsstarrig weigeren van het uitspreken van het ‘e-woord’.

Zoals verwacht werden er bij de herdenking van 150 jaar afschaffing van de slavernij in het Amsterdamse Oosterpark geen excuses aangeboden namens de nieuwe koning Willem-Alexander. Het bleef bij ‘diepe spijt en berouw’. Jammer dat de regering net dat extra stapje niet wilde of durfde maken. Het was een mooi gebaar geweest, zeker in het licht van het aanstaande kennismakingsbezoek van het koninklijk paar aan de Caribische delen van het Koninkrijk. Dan had bovendien de discussie over deze kwestie gesloten kunnen worden.

De laatste alinea van dit artikel is na de herdenking van 150 jaar afschaffing van de slavernij aangepast. Deze geactualiseerde versie van dit artikel verscheen in ook in Trouw van 3 juli 2013 (aanmelden verplicht).

Advertenties

Nu beste gelegenheid voor excuses slavernij

Slavernijmonument_2009_PatrCrOp 1 juli wordt in Amsterdam officieel gevierd dat 150 jaar geleden de slavernij door Nederland werd afgeschaft. Keti Koti is onder Surinamers al vele jaren een groot feest; in Suriname is het een belangrijke feestdag. Maar vooral sinds het Slavernijmonument in het Amsterdamse Oosterpark werd onthuld wordt het breder gevierd. Dit jaar is een jubileumjaar en daarom komen koning Willem-Alexander en koningin Máxima naar Amsterdam. Een uitgelezen moment om officieel excuses aan te bieden voor het Nederlandse slavernijverleden.

Het is een onderwerp dat veel losmaakt, vooral bij de nakomelingen van slaven in Suriname en de Antillen. De radicale beweging eist niet alleen excuses, maar ook herstelbetalingen. Tegenstanders van excuses – dat zijn vooral Nederlanders -vinden die overbodig, omdat de slavernij in de tijdgeest moet worden gezien. Iedereen hield in die tijd slaven. En de huidige generatie is niet verantwoordelijk voor wat onze voorouders hebben gedaan, zeggen sommigen.

Dat neemt niet weg dat we inmiddels tot het inzicht zijn gekomen dat de slavernij verkeerd was, en de slavenhandel al helemaal. Maar verder dan een moeizame erkenning van de fouten uit het verleden is het nog steeds niet gekomen. Daarin staat Nederland overigens niet alleen; ook in Groot-Brittannië en de VS werd er lang omheen gedraaid.

Doodgezwegen
Nederland was in 1863 laat met de afschaffing van de slavernij. Daarna werd het onderwerp vrijwel doodgezwegen. In schoolboeken is er nauwelijks aandacht voor. In die opstelling leek wat verandering te komen, maar de bezuinigingswoede maakte ook mooie instellingen als het onderzoeksinstituut NiNsee en het Tropeninstituut tot slachtoffers. Daarmee lijkt dat verleden toch weer in de kelders van de geschiedenis te verdwijnen.

Nederland was lange tijd het land van het opgeheven vingertje. Dat mag de laatste jaren wat minder zijn geworden, het zou koning Willem-Alexander sieren als hij op 1 juli nu eens overduidelijk afstand neemt van deze zwarte bladzijde uit het verleden. Excuses maken dat verleden niet goed, maar het is een belangrijk gebaar naar de mensen die door de slavernij nu (ex-)Rijksgenoten worden genoemd.

Trouw misplaatst positief over slavernij

Tulamonument op Curaçao

Tulamonument op Curaçao

Jammer dat Trouw een podium biedt voor de aloude mare dat het best wel meeviel met de slavernij op Curaçao. Vooral de kop op de voorpagina van De Verdieping van 29 april stuit mij tegen de borst: ‘Curaçao was best goed voor zijn slaven’. Hoe kun je goed zijn door rechteloze mensen te behandelen als voorwerpen?

Vooropgesteld: ik heb veel waardering voor Els Langenfeld en Jeannette van Ditzhuijzen, die zich rond dezelfde tijd als ik op Curaçao vestigden. Zij hebben zich verdiept in de Curaçaose samenleving en hun best gedaan te integreren. Dit in tegenstelling tot veel andere Nederlanders die op Curaçao komen wonen.

Des te meer ben ik teleurgesteld in hun artikel over de slavernij op Curaçao. Het viel allemaal best mee? Van Ditzhuijzen stelt geen kritische vragen en dat is misschien ook niet zo vreemd. Want ze schreef eerder al samen met Langenfeld een artikel met vrijwel dezelfde teneur voor het Historisch Nieuwsblad.

Tula
Als de Curaçaose slaven het relatief zo goed hadden, waarom kwamen Tula en Karpata dan in 1795 in opstand? Niet omdat ze het zo goed hadden, maar omdat ze rechteloos waren en omdat ze werden uitgeknepen. En de manier waarop die opstand is neergeslagen was ook niet bepaald zachtzinnig; de opstandelingen werden geradbraakt, gemarteld en onthoofd. Hun hoofden werden ter afschrikking op straat tentoongesteld.

Toegegeven, de stadsslaven hadden het beter en er waren relatief veel vrijgemaakten op Curaçao. Die hadden het soms beter, maar het was voor de (ex-)eigenaren ook simpelweg goedkoper, want de plantages brachten op het eiland weinig op. En als vrijen moesten de ex-slaven hun eigen kostje scharrelen en konden ze worden ingehuurd wanneer het nodig was. Hun inkomsten waren minimaal. Geen wonder dat de slaven het vergeleken met die groep niet slechter hadden.

Conclusies
Langenfeld heeft hart voor Curaçao. Daarom ben ik ervan overtuigd dat ze het slavernijverleden niet goed wil praten. Maar ik heb de indruk dat er hier wat te gemakkelijk conclusies worden getrokken uit archiefstukken. Ze is overigens niet de eerste en niet de enige; in juni 2012 promoveerde Han Jordaan op archiefonderzoek waarin hij tot dezelfde conclusie komt. Wel opvallend dat het altijd Nederlandse onderzoekers zijn die deze voor het Nederlandse slavernijverleden positieve conclusies trekken.

Het omgekeerde gebeurt ook, laat dat duidelijk zijn. In de voormalige koloniën wordt soms heel radicaal gedacht over de Nederlandse slavernij, waarvoor torenhoge herstelbetalingen worden geëist. Dat mag overdreven zijn, toch hecht ik meer waarde aan een Curaçaose wetenschapper als dr. A.F Paula, die bijna zijn hele leven aan dit onderwerp heeft gewijd en tot minder gunstige conclusies komt dan Langenfeld.

Dit is de volledige versie van het artikel dat op 1 mei iets ingekort werd geplaatst in Trouw.