Categorie archief: Sint Maarten

Afscheid van een wespennest

PlasterkMinister Ronald Plasterk van Koninkrijksrelaties, inmiddels al bijna een half jaar demissionair, begint maandag 14 augustus aan zijn afscheidstournee langs de zes Caribische eilanden waarvoor hij de afgelopen bijna vijf jaar de ministeriële verantwoordelijkheid had. Dat wil zeggen: hij was binnen de Nederlandse regering het aanspreekpunt voor zaken die de drie autonome landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten betroffen en coördinerend minister voor de bijzondere gemeenten (openbare lichamen) Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES).

‘De ontwikkelingen in de afgelopen jaren en de samenwerking in het Koninkrijk’. Zo omschrijft de voorlichting het thema van het bezoek. Hoe zou de minister daar aan het begin van zijn ambtsperiode over gedacht hebben en hoe kijkt hij daar nu tegenaan? In interviews geeft hij daar altijd politiek correcte antwoorden op, zoals dat hoort voor een minister. Op de eilanden heeft hij zich niet populair gemaakt, de irritaties Plasterk (Nederland) zijn alleen maar gegroeid. Dat wil niet perse zeggen dat hij het slecht heeft gedaan, maar het idee dat ‘de West’ hem maar matig interesseerde heeft hij niet weg kunnen nemen.

Daar staat tegenover dat de eilanden het hem ook niet gemakkelijk hebben gemaakt om zijn sympathie te winnen. De minister heeft veel over zich heen gekregen. Dat hoort erbij voor een politicus, maar de conclusie dat de verhoudingen alleen maar slechter zijn geworden tussen Nederland en het Caribische wespennest baart wel enige zorg.

Wespennest
Want dat het een wespennest is kun je bijna een ‘fact of life’ noemen. Wat dat betreft zit er ook veel herhaling in de geschiedenis. Er worden afspraken gemaakt, waar Nederland zich niet aan houdt of een eigen interpretatie aan geeft. En soms doen ook de eilanden dat, in ieder geval hebben ze vaak onrealistische verwachtingen. Het patroon is ongeveer als volgt: De verhoudingen worden slechter, waarna ze onder een volgende regering, als we geluk hebben, weer verbeteren.

De constatering dat na 2010 de discussies heftiger zijn geworden roept de vraag op of er toen wel verstandige keuzes zijn gemaakt. Maar zoals professor Gert Oostindie vorige week in het Antilliaans Dagblad zei, de vraag of de staatkundige wijziging van 2010 een gelukkige was is niet meer aan de orde. Voorlopig zal die niet weer veranderen, hoe graag sommige politici op sommige eilanden dat ook zouden willen.

Gebrek aan tact
Heeft Plasterk hierin een bepalende rol gespeeld de afgelopen ruim 4,5 jaar? Vermoedelijk zullen de historici over een tijdje oordelen dat hij misschien niet altijd even handig en tactisch heeft geopereerd, maar dat het uiteindelijk niet veel heeft uitgemaakt. Een andere bewindspersoon had in principe vrijwel steeds dezelfde besluiten genomen. Toch zou iemand met meer hart voor of kennis van de eilanden met meer tact hebben geopereerd en de onvermijdelijke problemen gemakkelijker hebben gladgestreken. Bedenk wel dat Nederland zelden zulke bewindslieden op de post Antilliaanse Zaken en later Koninkrijksrelaties heeft gehad en zelfs die kwamen in aanvaring met de overzeese politici.

Hoewel er nog geen opvolger is voor Plasterk – de formatie in Nederland gaat deze week weer door – kunnen we bij zijn afscheidsreis de balans op maken van de stand van zaken op de zes eilanden in de verhouding met Nederland. Die is niet erg positief. Het kleine Saba is de uitzondering op de regel dat er altijd problemen zijn met Nederland. Wie Saba kent, ziet een aangeharkt, schattig eilandje, het zonnetje in huis. En zo is ook de verhouding met Nederland. Saba ligt als een tevreden snorrende kat in de Caribische zon het hoogste punt van het Koninkrijk te zijn. Nederland is blij met Saba en Saba is meestal tevreden met Nederland. Het eiland heeft ook zijn problemen met armoede en hoge prijzen, maar je hoort zelden kritische opmerkingen.

Hongerstaking
Aruba is nummer 2 als we kijken naar het aantal problemen met Nederland. Onder de huidige AVP-regering van Eman is de verhouding met Nederland over het algemeen goed. Er zijn in de periode Plasterk wel een paar ongelukjes geweest. We herinneren ons de hongerstaking van Mike Eman, omdat Nederland financiële eisen stelde en de gouverneur de begroting niet mocht tekenen. En er was het akkefietje rond de gouverneursbenoeming. In beide gevallen trok Eman aan het kortste eind, al zal hij dat zeker nu in verkiezingstijd niet toegeven, maar als de ruzie eenmaal achter de rug is gaan Aruba en Nederland weer samen verder. Als de MEP de verkiezingen wint kan de nieuwe minister van Koninkrijksrelaties een lastiger partner verwachten.

Het is lastig kiezen tussen Sint Maarten en Curaçao voor de derde plaats. Op beide eilanden zijn problemen geweest de afgelopen jaren. Sint Maarten hangt nog altijd een maatregel boven het hoofd in verband met de door Nederland geëiste integriteitskamer, maar die wetgeving lijkt er nu toch te gaan komen. De regering is er niet erg vriendelijk tegenover Nederland, de roep om onafhankelijkheid – hoe irreëel ook – wordt sterker. Ook was er in 2015 de kwestie rond de regeringswisseling en de verkiezingen. De ontbinding van het parlement door het kabinet Gumbs werd niet door de gouverneur bekrachtigd, omdat er al een nieuwe regering was, maar Gumbs weigerde af te treden.

De gouverneur riep rechters te hulp om een constitutionele crisis te bezweren. Plasterk steunde – achter de schermen – gouverneur Eugene Holiday, maar de verkiezingen kwamen er wel, een half jaar later dan eerst gepland. Bovendien speelt op Sint Maarten de populariteit van Theo Heyliger (UP), die van corruptie wordt verdacht. Na een korte periode in de regering is hij tot opluchting van Nederland weer in de oppositie beland. Maar de verhoudingen tussen Sint Maarten en Nederland blijven wankel.

Schotte
Datzelfde kun je zeggen van Curaçao en Nederland. De parallel tussen Heyliger en Gerrit Schotte (MFK) dringt zich op. Plasterk nam het stokje Koninkrijksrelaties over toen het kabinet Schotte net weg was. Maar de inmiddels in hoger beroep veroordeelde politicus blijft de verhoudingen onder spanning zetten. Toen de MFK na de verkiezingen van 2016 – al dan niet via omkoping – het kabinet Koeiman opblies dreigde ook hier een constitutionele crisis over nieuwe verkiezingen. Plasterk greep in om de verkiezingen door te laten gaan. Hij vertrekt door de uitslag daarvan met een Curaçao dat een stuk vriendelijker voor hem is, maar de weerstand tegen Nederland blijft onderhuids door sudderen. Bij de rechtszaken tegen Schotte en centrale bankpresident Emsley Tromp – nota bene felle opponenten van elkaar – wordt steeds naar Nederland gewezen en wordt er geroepen dat het een door Den Haag gestuurd politiek proces is. Kortom, echt gezellig is het niet tussen Willemstad en Den Haag.

Dan de twee grootste rebellen, al zijn het kleine eilanden. Op Bonaire en Sint Eustatius leven behoorlijk anti-Nederlandse sentimenten. In Kralendijk is het Bestuurscollege Den Haag nog vrij goed gezind, maar het eiland staat op de rand van een coalitiewisseling waarbij de nieuwe combinatie wel eens een heel stuk lastiger kan worden voor Nederland. Maar Plasterk hoeft dat waarschijnlijk niet of nauwelijks meer mee te maken. Hij zal deze week nog vriendelijk worden ontvangen, al is er een beweging (NKBB) die Nederland beschuldigt van rekolonisatie, annexatie en zelfs genocide op de Bonairiaanse bevolking. Hoe serieus dat moet worden genomen is lastig in te schatten, voor onafhankelijkheid zal waarschijnlijk erg weinig steun zijn. Maar Nederland krijgt wel van steeds meer problemen de schuld. Soms terecht (armoede wordt slecht aangepakt), maar de positieve ontwikkelingen worden gemakkelijk genegeerd. Een lastige verhouding dus met Nederland, maar op bestuursniveau is de samenwerking nog goed.

In de aanval
Dat is wel anders op Sint Eustatius, waar de coalitie vol in de aanval gaat op Plasterk en Den Haag met Clyde van Putten voorop. Hij heeft de wet (WolBES) al grotendeels ongelding verklaard en scheldt Plasterk via brieven regelmatig de huid vol. Toen de minister maar niet mee reageerde kreeg hij ook dat voor de voeten geworpen. Het is de vraag in hoeverre het streven naar vergaand zelfbestuur door de bevolking gedragen wordt. De onzinnige dreiging met een gang naar de Verenigde Naties is vooral bedoeld voor de achterban van Van Putten. Maar de sfeer tussen Oranjestad en Den Haag is sowieso ijzig te noemen.

Dat is de erfenis die Plasterk deze week nog een keer in ogenschouw neemt. Ongetwijfeld komen er foto’s met een vriendelijk lachende minister naar buiten te midden van even vriendelijk kijkende gespreksgenoten. Ze verhullen de spanningen die er her en der zijn. Niet uit te sluiten valt dat hij aan het einde van de week opgelucht weer in het vliegtuig stapt, omdat hij deze deur nu kan sluiten. De minister laat een lastige portefeuille achter voor zijn opvolger. Die zal heel wat te stellen krijgen met de zes eilanden in de Caribische zee.

Dit artikel is ook verschenen in het Antilliaans Dagblad van 7 augustus 2017

Advertenties

Kies gezond

Het circus gaat eindelijk beginnen. De eerste voorstelling is maandag. We kijken er al maanden naar uit, want de try-outs en reclames beloven veel spektakel. U weet waar ik het over heb: het verkiezingscircus op Curaçao en trouwens ook Sint Maarten.

Ik kan er niet omheen, daar moet ik over schrijven. Maar waarom eigenlijk? Omdat we dat met zijn allen belangrijk vinden, de democratie en zo. Ik kan me voorstellen dat veel mensen er helemaal geen zin in hebben. Het politieke gekonkel en geruzie is al jaren bezig. Het oprichten van nieuwe partijen lijkt wel een nationale hobby geworden met meer partijen dan Statenzetels. Op wie zou je moeten stemmen?

Een land krijgt de regering die het verdient. Een citaat van een Franse politicoloog dat vaak, zoals vaak met citaten, verkeerd wordt gebruikt. De man zei het namelijk als cynische kritiek op de Franse revolutie, hij was tegen de democratie.

Sterke speler
Om dat cynisme even vast te houden. Het citaat zou wel eens heel toepasselijk kunnen zijn in de Curaçaose situatie. En trouwens ook op Sint Maarten, waar een paar dagen eerder ook verkiezingen zijn. Met zoveel partijen dreigt het een janboel te worden. Een gevaarlijke chaos zelfs, want waar er zoveel vechten om een zetel kan een sterke speler er wel eens met de buit vandoor gaan. En er doet een hele sterke speler mee.

Want stel je nou eens voor dat de MFK van Gerrit Schotte de verkiezingen van 30 september wint. Bepaald geen ondenkbaar scenario. Heeft dan de democratie gewonnen? Ja, want Schotte krijgt de meeste stemmen, dat is democratie. Maar hij is veroordeeld voor corruptie, het aannemen van smeergeld en hij koopt stemmen.

10.000 Gulden boodschappen
Bij u is hij nog niet langs geweest? Bij mij wel, elke avond weer vele keren. Samen met zijn partijgenoten, of met zijn dochtertje, of alleen. Wapperend met 10.000 gulden aan boodschappen of een nieuwe auto. Gek wordt je ervan, complete reclameblokken voor, na en tussen het nieuws van TeleCuraçao gevuld door MFK, stichting Gerrit Schotte of hoe al die satellietorganisaties van de partij ook mogen heten. Als het geen omkoping is dan toch wel hersenspoeling.

Het wekt, bij mij althans, zoveel ergernis dat ik probeer om niet meer voor 8 uur ’s avonds te kijken en bij het eerste reclameblok weer weg te zappen van het nieuws.

Boter op het hoofd
Maar wat is het alternatief? Al die kleine afsplitsingen van ontevreden Statenleden? Ik denk het niet. Partijen met boter op hun hoofd die nu, na vier jaar pappen en nathouden, in het zicht van de verkiezingen stoer doen na het zoveelste rapport over de frauduleuze mismanager Marvelyne Wiels? Of de partij van Wiels zelf dan, die stug blijft volhouden dat ze niets verkeerds heeft gedaan. En kennelijk mag ze van de PS alles zeggen over haar vermoorde broer Helmin en die andere broer Aubert en een heleboel andere mensen. Ik ga dat hier niet herhalen, maar een beetje beschaving is ver te zoeken bij deze vrouw die Curaçao vertegenwoordigt. Over welk machtsmiddel zou ze toch beschikken dat dit allemaal getolereerd wordt.

Er blijft niet veel keuze over. De MFK wordt het gemakkelijk gemaakt om met al het geld waar deze partij over blijkt te beschikken, plus enkele media die zij in hun zak hebben, de kiezer naar zich toe te lokken. De democratie wint wat mij betreft niet als het geld bepaalt wie er wint. Populisten winnen in steeds meer landen terrein met borrelpraat: van Wilders tot Trump. Fastfood. Ik hoop dat Curaçao op 30 september een uitzondering blijkt te zijn. En dat dit eiland een regering krijgt die het echt verdient: een die kijkt naar wat goed is voor de mensen, de natuur, het milieu en – ja ook dat is belangrijk – de economie. Een kabinet met een voedzaam, evenwichtig menu. Maar ik twijfel.

Wat betreft Sint Maarten. Ook daar heb je een hele sterke speler: de UP van Theo Heyliger. Indirect al veroordeeld voor verkiezingsfraude. Al heeft het Openbaar Ministerie merkwaardig genoeg afgezien van vervolging, de stemmenkopers en -verkopers hebben straf gekregen. En ook Heyliger is degene met het meeste geld.

Kies gezond
Het circus gaat nu dus beginnen. Misschien dat er een paar mooie voorstellingen tussen zitten de komende weken. Van eerlijke mensen met een goed partijprogramma, die kiezers kunnen overtuigen dat er niet gekozen moet worden voor de mooie loze praatjes van mensen met een strafblad en veel geld. Want er zitten heus wel eerlijke mensen in de politiek. Je moet ze alleen weten te vinden tussen de poppenkastvoorstellingen. Dat is ook een taak voor die paar media die de campagne wel kritisch volgen.

Mijn motto voor deze verkiezingen: kies gezond in plaats van fastfood. Ik hoop dat het ons lukt.

Deze blog is een iets aangepaste versie van een column die is uitgezonden in het programma Wat een Week! van 6 augustus 2016 op Paradise FM.

Dieper in de put

Het parlement van Sint Maarten

Het parlement van Sint Maarten

Op Sint Maarten staan twee partijen tegenover elkaar zonder een millimeter te willen toegeven. Tussen hen in staat een gouverneur die geen partij mag kiezen. Een aantal staatsrechtgeleerden hebben hem beticht van weigering om zijn plicht te doen en het overschrijden van zijn bevoegdheden. Maar misschien is hij wel de enige wijze man van Sint Maarten. Drie rechters komen in een advies tot een opmerkelijk eenvoudige conclusie, maar het lijkt niet te helpen. Sint Maarten zakt steeds dieper in de put.

In het kort de achtergrond. Het kabinet van pemier Marcel Gumbs kreeg op 30 september een motie van wantrouwen aan de broek. Dan moet je opstappen, zegt de Staatsregeling. Daarover is iedereen het eens en een nieuw kabinet stond al in de steigers. Maar Gumbs en zijn ministers bedachten een list en besloten de Staten te ontbinden. Dat mag en de gouverneur moet dat besluit tekenen, zodat het kabinet kan blijven zitten tot de verkiezingen zijn geweest. Dacht Gumbs. Gouverneur Eugene Holiday was daar nog niet zo zeker van en tekende (nog) niet. De constitutionele crisis was geboren.

Verschillende staatsrechtgeleerden gaven, gevraagd en ongevraagd, hun mening. De meesten vonden dat Holiday gewoon moest tekenen voor ontbinding van de Staten. Zover bekend vond alleen Ernst Hirsch Ballin dat het kabinet Gumbs zijn ontslag moet aanbieden en plaats moet maken voor een nieuw kabinet, omdat het parlement nu eenmaal het hoogste orgaan is in de democratie.

Rechters
Gouverneur Holiday stuurde het ontbindingsbesluit terug naar Gumbs voor een nadere toelichting. Hij kreeg het pas vorige week terug. Of er aanpassingen zijn aangebracht is niet bekend. De gouverneur besloot in een poging om de patstelling te doorbreken de mening te vragen van drie rechters over de juridische interpretatie van de cruciale artikelen 33, 40 en 59 van de Staatsregeling. En niet de minste rechters: twee leden van zijn eigen Constitutionele Hof (onder wie de president) en de president van het Gemeenschappelijk Hof.

De conclusie van de rechters, in een uitvoerig advies, is eigenlijk van een ontwapenende eenvoud. Iedereen het had kunnen bedenken: handel in de volgorde van de gebeurtenissen. In essentie hebben beide partijen gelijk: na een motie van wantrouwen moet je als minister je ontslag aanbieden en een kabinet kan de Staten altijd ontbinden. De gouverneur kan er niet onderuit het ontbindingsbesluit te tekenen, tenzij het in strijd is met de Staatsregeling. Daarna volgt een laatste opmerking van het panel van rechters: ,,Daarbij geldt echter wel als voorwaarde dat het kabinet in overeenstemming handelt met de Staatsregeling en na aanvaarding van een motie van wantrouwen zonder uitstel zijn ontslag indient.”

Stap terug
De zaak is dus eigenlijk simpel. Het kabinet Gumbs moet zijn ontslag indienen en kan vervolgens als demissionair kabinet alsnog de Staten ontbinden en verkiezingen uitschrijven. Beide partijen doen een stap terug, schrijven de rechters in hun advies. Dat is ook waarop gouverneur Holiday nu heeft aangedrongen. Tevergeefs.

Het is een raadsel waarom Gumbs zo halsstarrig vasthoudt aan de omgekeerde volgorde. Dat hij boos is op het parlement is begrijpelijk, want een kabinet naar huis sturen terwijl de premier in het buitenland is, is niet chique. Maar het is nu eenmaal mogelijk. Het leven van zijn kabinet kan hij hooguit drie maanden rekken en de Staten kunnen hem na het ontbindingsbesluit bovendien alsnog direct naar huis sturen.

De enige wijze man in dit hele spel lijkt toch gouverneur Holiday te zijn, die tenminste heeft geprobeerd de crisis te bezweren. Maar of hij deze knoop nu nog kan ontwarren is de vraag. Draagt hij het ontbindingsbesluit nu alsnog voor vernietiging voor? Het lijkt de enige manier om nog uitvoering te kunnen geven aan het advies van het panel van rechters. Als de patstelling voortduurt kan hij op de vingers worden getikt, omdat hij een voorliggend Landsbesluit niet tekent.

Ingrijpen
De politici van Sint Maarten gooien wat er nog resteert van de reputatie van hun land definitief te grabbel. De Staten sturen een kabinet naar huis terwijl er geen enkele minister aanwezig is om te reageren op de motie van wantrouwen. Bovendien blijkt er al lang in de achterkamertjes een nieuw kabinet op poten zijn gezet, inclusief portefeuilleverdeling. Het zittende kabinet Gumbs zit op het pluche geplakt en maakt de situatie alleen maar erger. Ondertussen lijkt het erop dat de criminaliteit het eiland steeds meer in zijn grip krijgt. In Den Haag zal er weinig begrip over blijven voor Sint Maarten, al helemaal niet als uiteindelijk de Koninkrijksregering deze crisis zal moeten oplossen door in te grijpen. Want als er ooit sprake is geweest van onbehoorlijk bestuur dan is dat wel in deze crisis.

Boot 68

Persoonlijk heb ik helemaal niets met de Canal Parade, zoals die afgelopen zaterdag in Amsterdam voor de twintigste keer gehouden werd. Ik vind het maar een overdreven gedoe. Nou hou ik helemaal niet van grote mensenmassa’s en dit jaar was de Canal Parade een van de drukste ooit, dus ik heb een excuus. Maar los daarvan begrijp ik niet waarom er een apart soort homoseksuele carnavalsvariant moet zijn. Ik ga ervan uit dat je iedereen in zijn waarde moet laten, iedereen zichzelf moet laten zijn. Wie je ook bent, welke seksuele geaardheid, afkomst of huidskleur je ook hebt. Artikel 1 van de Grondwet. Dat hebben we zo afgesproken.

De Canal Parade, en meer in het algemeen Gay Pride, is dus niet nodig. Als we de Grondwet zouden naleven. En Amsterdam was toch altijd al gay-friendly, al valt daar wel wat op af te dingen tegenwoordig. Dit jaar deed er een Koninkrijksboot mee. Voor het eerst, zo wordt gezegd. En met succes: ‘Boot 68’ won meteen de eerste prijs. Overigens hebben er al eerder boten meegevaren met Caribische homo’s en lesbiennes (of nog breder LHBTI). Maar dit keer hebben de belangenorganisaties van de Caribische eilanden in het Koninkrijk de handen echt ineen geslagen. Dat is volgens de organisatoren nodig, omdat er grote verschillen bestaan tussen de rechten voor homoseksuelen in de verschillende delen van het Koninkrijk.

Weggepest
Ik moest afgelopen week denken aan Charlene Oduber. De Arubaanse die tien jaar geleden met haar Nederlandse vrouw naar haar geboorte-eiland kwam om samen een mooie toekomst op te bouwen. Dat plan mislukte, want hun huwelijk werd niet erkend op Aruba en haar geaardheid werd niet getolereerd. Het stel werd van het eiland weggepest en hun huwelijk overleefde dat niet. Ik moest aan haar denken toen het Arubaanse Statenlid Desiree Croes (gehuwd met een vrouw) de verwachting uitsprak dat het geregistreerd partnerschap voor stellen van gelijk geslacht snel ingevoerd zal worden op Aruba. Dat is tien jaar later, slechts tien jaar later.

Ik ben benieuwd wat het succes van de Koninkrijksboot gaat betekenen voor de acceptatie van (laten we het simpel houden) homoseksuelen op de eilanden. Ongetwijfeld stromen de felicitaties binnen van trotse politici en partijbonzen van die eilanden. Als er ergens ter wereld een Caribische miss in de top 10 eindigt van een of andere onbenullige competitie dan stromen de felicitaties ook binnen. Maar gaat het Curaçaose Statenlid Winnie Raveneau, die bekend staat om haar homohaat, nu een afkeurend persbericht rondsturen? Of houd ze wijselijk haar mond en kan die succesvolle Koninkrijksboot (en de Canal Parade) toch zorgen voor een doorbraak?

Boegbeeld
Ik vrees dat de negatieve sentimenten over homoseksualiteit nog wel even zullen blijven op de zes eilanden. Een prominent boegbeeld, dat werkt blijkbaar. Zoals Croes, maar ook Gay Pride kan daarbij helpen. Een paar jaar geleden werd een Curaçaose versie van het homo-evenement nog tegengewerkt, nu wordt het (voorzichtig) getolereerd. En – toegegeven – de Canal Parade kan hier ook een functie in hebben. De drempel om op zo’n boot te stappen is relatief laag en dat kan zelfs een heteroseksueel boegbeeld zijn uit solidariteit met de homogemeenschap. Bijvoorbeeld een minister, al trok de Curaçaose Gevolmachtigde minister zich dit jaar toch nog op het laatste moment terug. Dus ook al heb ik niet zo veel met de Canal Parade, laat hem toch nog maar even voortbestaan, inclusief de Koninkrijksboot. Tot ook in alle Caribische delen van het Koninkrijk de homoseksuelen voor normaal worden aangezien. Misschien dat we Boot 68 dan over tien jaar in het museum kunnen zetten.

Elkander bijstaan

Vandaag, 15 december, is het Koninkrijksdag. We vieren dat het Statuut 60 jaar bestaat. Koning Willem-Alexander doet dat door het koninkrijksconcert in Amsterdam bij te wonen. Op de Fokkerweg op Curaçao staat een monument, dat in de volksmond autonomiemonument heet. Aan de overkant begint de Rijkseenheidboulevard. Het monument is de afgelopen weken opnieuw in de verf gezet en de wegen eromheen zijn weer netjes gemaakt.

,,Steunend op eigen kracht, doch met de wil elkander bij te staan”, staat er op dat monument. Een uitspraak van koningin Wilhelmina uit de Tweede Wereldoorlog, die gezien wordt als het begin van de Nederlandse dekolonisatie. Op 15 december 1954 werd het Statuut door koningin Juliana ondertekend.

Uitvliegende vogels
Het monument is een nest met zes uitvliegende vogels. De zes eilanden van de toenmalige Nederlandse Antillen. Het symboliseert de dekolonisatie, want de Antillen kregen zelfbestuur en het monument kreeg een symbolische plek, namelijk op een drukke rotonde waar iedereen wel eens gebruik van moest maken. Ruim 30 jaar geleden werd er een nieuwe weg aangelegd, waardoor de rotonde zijn functie verloor. Het monument staat er nu een beetje verloren bij. Je komt er alleen als je toevallig in een van de nabijgelegen kantoren moet zijn. Ook dat is, hoewel ongewild, symbolisch. Het Statuut wordt inmiddels door zo’n beetje iedereen verguisd.

Drie van de zes vogels zijn door moedervogel Nederland onder de vleugels genomen, maar ze voelen zich er niet echt bij horen. De drie andere vogels zijn half uitgevlogen, maar voelen zich juist betutteld, omdat ze steeds te horen krijgen dat ze het niet goed doen. Sinds 2010 volgen de aanwijzingen elkaar op. Zelfs het braafste jongetje van de klas, Aruba, moest er aan geloven. Het gevoel neemt toe dat Nederland liever van het kroost af wil, maar Den Haag kan dat niet alleen beslissen. Dus worden de eilanden maar een beetje gepest tot ze er misschien zelf genoeg van krijgen. ‘Eén telefoontje is genoeg’ is een inmiddels bekende uitspraak van de Nederlandse premier.

Neokoloniaal
Op de eilanden wordt Nederlandse bemoeienis als een juk ervaren, volgens sommigen zelfs als neokoloniaal. Maar is er nog een alternatief voor een van de partijen? Een Gemenebestmodel is onlangs nog besproken in de Tweede Kamer, maar dat lijkt een manier voor de initiatiefnemers om de handen grotendeels van de eilanden af te kunnen trekken. De enige manier voor de eilanden om Den Haag af te schudden is volledige onafhankelijkheid, ooit de bedoeling van dat nest met zes uitvliegende vogels. Die beweging is in ieder geval op Curaçao de laatste jaren sterker geworden, maar een meerderheid is er niet voor. Dat lijkt ook onverstandig, want hoezeer Nederland ook lastig is, het Koninkrijksverband biedt zoveel voordelen dat we op de eilanden het nog altijd beter hebben dan veel andere Caribische landen. En voor ingrijpende veranderingen moet het Statuut worden aangepast. En dat kost vele jaren van praten en masseren, dat hebben we gezien in de aanloop naar de wijzigingen van 2010. Het Statuut is dus, zoals dat vaak wordt gezegd, voor beide zijden van de oceaan een knellend verband.

De conclusie is dat we vandaag met zijn allen Koninkrijksdag vieren ter ere van het 60-jarige Statuut. Een gedrocht misschien, maar we hebben niks beters. Dus glimlachen we vandaag als een heleboel boeren met kiespijn. Cadeautjes vanwege deze verjaardag hoeven we zeker niet te verwachten. Burgers in Nederland zal het, als ze er al iets van meekrijgen, worst wezen. En aan deze kant van de oceaan vieren we het met een korte ceremonie en misschien een dagje op het strand. Maar voor de meeste mensen op Curaçao is het gewoon weer een werkdag.

Bewonderen
Het monument is mooi opgeknapt, de wegen zijn weer netjes geasfalteerd. Maar met de wil om elkaar bij te staan is het niet goed gesteld. Die is er alleen nog omdat het Statuut dat afdwingt. Maar deze zes vogels mogen nog lang blijven staan, want ze verdienen het om af en toe weer eens bewonderd te worden, door ons als eilandbewoners en door de politici, op de eilanden en in Den Haag.

Dit artikel is een bewerkte versie van een column die op 13 december 2014 werd uitgezonden door radiostation ParadiseFM op Curaçao en werd ook gepubliceerd in het Antilliaans Dagblad.

Feestje Heyliger bedorven

De democratie heeft zijn werk weer gedaan. Vorige week kreeg de bevolking van Sint Maarten de kans om zijn mening te geven. Dat is een feest, want het is tenslotte de kern – en zelfs de betekenis – van het (Griekse) woord democratie. De stemmen zijn geteld en de UP van Theo Heyliger is als overduidelijke winnaar uit de stembus gekomen. Zelfs met bijna de absolute meerderheid in de Staten. De controversiële Heyliger zelf was in zijn eentje al goed voor twee van de zeven zetels die zijn partij kreeg.

Maar nog voordat de gouverneur de formatie in gang kon zetten door een (in)formateur aan te wijzen, sloten de drie overige partijen – NA, DP en US – een akkoord over de vorming van een nieuwe regering. Daarmee kwam de winnaar buitenspel te staan. Op Curaçao heet dat: ‘Gana anochi, pèrdè mainta’ (’s avonds de grote overwinnaar zijn, de volgende dag toch met lege handen staan).
De drie partijen moeten het inhoudelijk nog eens worden over het beleid voor de komende vier jaar, maar zelfs de (ministers)posten zijn alvast verdeeld. En dat allemaal binnen een weekend. Kom daar eens aan in andere landen met een coalitieregering. Een zegen voor de democratie dus.

Zweem van corruptie
Of toch niet? De UP kreeg duidelijk de voorkeur van het volk, maar moet nu waarschijnlijk vier jaar lang vanaf de oppositiebanken proberen invloed uit te oefenen op het regeringsbeleid. Is dat ware democratie? Je zou toch verwachten dat de grote winnaar de regering mag (beginnen te) gaan vormen. Je kunt over Heyliger denken wat je wilt, en vooral in Den Haag zal men best opgelucht zijn als hij niet de leiding van het land Sint Maarten in handen krijgt, de man is wel ongekend populair op zijn eiland. Natuurlijk, er hangt een zweem van corruptie om hem heen. Slechts enkele dagen voor de verkiezingen werd hij door de rechter zo goed als veroordeeld (zonder dat hij terechtstond) voor het kopen van stemmen in 2010. Het OM had dat tenminste moeten onderzoeken, zei de rechter, zoveel concrete aanwijzingen zijn er. En bovendien is hij ook nog betrokken bij een fraudezaak rond het omkopen van een Statenlid.

Met geld kun je alles kopen, zegt men, maar het valt te betwijfelen of Heyliger zoveel stemmen heeft kunnen kopen dat hij daarmee de winst heeft gekocht. De drie andere partijen hebben nu deels de schijn tegen. Ze waren zó snel met het sluiten van een akkoord dat het er op lijkt dat ze vóóraf al afspraken hebben gemaakt, een stembusakkoord of wellicht een cordon sanitaire. Dan had de kiezer dat ook moeten weten vóór hij naar de stembus ging. Zoals in België en Nederland partijen wel eens vooraf hebben aangegeven zeker niet met extreme partijen als de PVV te willen regeren. Nu hebben deze partijen de kiezer wellicht op het verkeerde been gezet.

Gouverneur gepasseerd
En eigenlijk is ook gouverneur Holiday gepasseerd. Hij kon weinig anders meer doen dan de leider van de grootste partij uit het verbond, William Marlin van NA, tot formateur te benoemen. Als deze partijen vinden dat de gouverneur zich niet meer met de formatie moet bemoeien, dan moeten toch eerst de regels worden aangepast, zoals in Nederland de koning sinds 2012 geen rol van betekenis meer speelt bij de formatie; het is nu de Tweede Kamer die bepaalt wie tot (in)formateur wordt benoemd.
Het lijkt wel steeds vaker te gebeuren dat de grootste partij buitenspel wordt gezet. Het overkwam op Curaçao de PAR, eerder op Sint Maarten de NA en trouwens ook in Nederland is het al eens gebeurd. Ooit werden daar wenkbrauwen bij gefronst, maar het is niet verboden. Immers de helft plus één of meer beslist, is de redenering. Of dat past in een democratie is de vraag. Misschien moet, zoals in sommige landen de regel is, worden vastgelegd dat de winnaar van de verkiezingen altijd het voortouw krijgt.

Bedorven feest
In het Koninkrijk zijn er geen vaste regels voor de formatie, maar het is wel min of meer gewoonterecht dat de grootste partij de eerste (in)formateur levert. Ook dan kunnen partijen vooraf of snel na de verkiezingsuitslag afspraken maken. Maar dan kan de winnaar in ieder geval nog een poging wagen om een regering te vormen, desnoods door een of meer partijen op andere gedachten te brengen. Dus heeft de democratie gezegevierd op Sint Maarten? Getalsmatig ja. Maar wel met een bijsmaak. Het versterkt de afkeer van grote groepen tegen ‘politieke spelletjes’ én de verdeeldheid in een (kleine) samenleving. Het feestje is daarom een beetje bedorven, zeker voor Heyligers UP plus aanhang.

Dit artikel werd ook (iets aangepast) gepubliceerd in het Antilliaans Dagblad

Mag dat Nederlandse vingertje nou eens weg?

Als je een tijdje ‘weg’ bent geweest – en het nieuws maar oppervlakkig hebt gevolgd – biedt dat het voordeel dat je de zaken eens van een afstand kunt bekijken. Dan ziet de toestand in de wereld er ineens anders uit. Een soort helikopterview in plaats van een beeld vanaf de grond, waar je steeds maar een detail van het geheel ziet. Toegespitst op het Koninkrijk der Nederlanden rijst bij zo’n bovenaanzicht de vraag of de Caribische eilanden politiek wel wezenlijk anders functioneren dan de grote Europese broer Nederland.

Op het Interparlementair overleg (IPKO) werd deze week gesproken over integriteit. In Nederland wordt vaak wat minachtend of welwillend glimlachend gedaan over de besturen en regeringen op de eilanden. Sommige partijen en ook veel Nederlandse burgers vinden dat de eilanden hun eigen zaken niet kunnen regelen. Er is veel corruptie en daarom is zo’n discussie over integriteit een mooie kans om de eilanders te vertellen hoe het moet.

Veel Caribische burgers kijken ook op tegen Nederland als het land waar het veel beter gaat, waar goede regels zijn die ook worden nageleefd en waar politici volwassen zijn en weten wat ze doen. Dit in tegenstelling tot de eigen politici, die vooral aan zichzelf of hooguit hun partij denken en corrupt zijn. Maar is dat terecht?

Sjoemelen
Nederland is natuurlijk veel groter en is daardoor bestuurlijk krachtiger. Maar kijk eens om je heen. Lees deze week bijvoorbeeld de kranten eens. Parlementaire enquete over corrupte en zelfverrijkende bestuurders van woningbouwstichtingen. Een onderzoek naar de door wanbeleid mislukte fusie van thuiszorginstellingen, waarvan een van de topmannen volgens de vakbond slapend rijk werd. Een benoeming van een Nationale Ombudsman waarvan de Tweede Kamercommissie een potje heeft gemaakt. En het weekblad Vrij Nederland stelde onder de kop ‘Sjoemelen in de polder’ een lijst samen van misstappen van Nederlandse politici in de afgelopen 30 jaar.

Op het IPKO trok SP-Tweede Kamerlid Ronald van Raak (die overigens lid was van de bovengenoemde Ombudsmancommissie) volgens de verslagen zoals gebruikelijk een grote broek aan tegenover de eilanden. Hij stelde Nederland voor als het goede voorbeeld op het gebied van integriteit. Gelukkig wees collega Roelof van Laar (PvdA) hem terecht door onder andere te verwijzen naar de lijst van Vrij Nederland.

Kortom, moeten Aruba, Curaçao en Sint Maarten zich nog wel iets aantrekken van Nederland? Toch wel, want hoe begrijpelijk de aanval van MFK-Statenlid Amerigo Thodé op Van Raak ook was, de Curaçaose politicus heeft natuurlijk nog meer kilo’s boter op het hoofd dan zijn doelwit. Het gehakketak binnen de delegaties van Curaçao, Aruba en Sint Maarten over het onderwerp integriteit wijst er ook op dat de eilandelijke politiek nog lang niet volwassen is. Nederland is op dat gebied toch nog wel een paar stapjes verder.

Vingertje
Als Nederland nu eens dat opgestoken vingertje achterwege laat en de Caribische landen in het Koninkrijk serieus benadert, dan kunnen de eilanden echt nog wat leren van de Europese partner. Het helpt in dit verband niet dat premier Mark Rutte een ontmoeting met de delegaties aan zich voorbij liet gaan wegens de aanwezigheid van het omstreden Sint Maartense Statenlid Patrick Illidge. Natuurlijk had hij beter niet mee kunnen komen, maar hij is nog steeds slechts verdachte. En het wegblijven bij zijn rechtszitting (de reden die Rutte opgaf) was met instemming van de rechtbank. Een goed geïnformeerde premier had dit geweten.