Categorie archief: media

Persvrijheid

Vrijheid van meningsuiting en persvrijheid, begrippen die zo dicht bij elkaar staan dat ze vaak in één adem worden genoemd. Ze staan bij ‘ons’ hoog in het vaandel als kernwaarden van de democratie. Met ‘ons’ bedoel ik dan de meeste Westerse landen, inclusief de Caribische eilanden van het Koninkrijk. Nederland slaat zichzelf vaak op de borst als bewaker van die vrijheden.

Terecht, zo blijkt uit de vorige week gepubliceerde ranglijst van Reporters without Borders. Nederland staat op de tweede plaats achter Finland. West-Europa heerst in de top 10, waarin verder alleen Costa Rica en Jamaica voorkomen als niet-Europese landen. Jamaica is niet zo verwonderlijk als het lijkt, op het kaartje kleurt het Caribisch gebied licht oranje, wat betekent dat het best wel goed gaat.

De rode en zwarte gebieden, wat duidt op problemen en onderdrukking, liggen in Oost-Europa, Azië en Afrika. Zuid-Amerika valt nog best mee en Suriname scoort zelfs goed met plaats 22. Caribisch Nederland (alle zes eilanden in dit geval) worden niet apart genoemd en vallen blijkbaar onder Nederland. Grote persvrijheid dus.

Is dat laatste terecht? Nee, met de persvrijheid gaat het op de eilanden helemaal niet zo goed. Daarover later meer. Is de tweede plek van Nederland terecht? Daar zijn ook best kritische kanttekeningen bij te plaatsen. Want Turkije (zelf in het rood op de ranglijst) gooit roet in het eten. Ineens blijkt de persvrijheid in Nederland en andere West-Europese landen te beïnvloeden.

Erdogan
Vanwege de vluchtelingendeal met Europa grijpt president Erdogan de kans om ook buiten eigen land de vrijheid te beperken. Buitenlandse kritiek op hem van satirici en columnisten wordt aangepakt en de reacties van met name de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Nederlandse premier Mark Rutte zijn – in mooi Papiaments uitgedrukt – ‘lali lali’. Met de mond wordt weliswaar beleden dat Erdogan niet aan de vrijheid van meningsuiting mag komen, maar echte actie blijft uit. De deal met Turkije mag niet op het spel worden gezet en daarvoor mogen de kernwaarden van de democratie blijkbaar best even opzij worden geschoven.

De Caribische eilanden dan. Er is officieel dezelfde persvrijheid als in Nederland. Maar in de praktijk is de pers zeer beïnvloedbaar. Daarop heeft bijvoorbeeld Transparancy International al gewezen. Sommige media behoren tot een politieke partij. Anderen durven vaak niet kritisch te zijn. Op Aruba moet je met een lantaarntje zoeken naar kritische journalisten, het gros publiceert klakkeloos de juichende persberichten van de regering Eman.

Boycot
Op Curaçao is het niet veel anders, hooguit gevarieerder. Sommige radiostations en kranten worden gefinancierd door politici en vaak hebben ze niet eens een eigen redactie. Dan kun je dus weinig anders dan persberichten zonder nadenken publiceren. En als je dan kritisch bent of een eigen onwelgevallige mening hebt dan wordt je aangepakt. Je wordt geboycot door bewindslieden of andere politici, waardoor je dus geen informatie meer krijgt behalve dan misschien via een persbericht.

Premier Ben Whiteman riep nog niet zo lang gelden met spoed een persconferentie bijeen om een bericht in het Antilliaans Dagblad te weerspreken over het niet verlengen van de huurovereenkomst met PdVSA voor de Isla-raffinaderij, in afwachting van een nieuw aangepast contract. De andere media moesten zijn ontkenning publiceren en die deden dat vrijwel allemaal braaf. Twee weken later zei dezelfde Whiteman overigens op een volgende persconferentie dat het huurcontract met PdVSA niet zou worden verlengd….

Te vriend
Op de kleinschalige eilanden kun je beter iedereen te vriend houden. Dat maakt het niet gemakkelijk voor de pers om onafhankelijk te blijven. Het gevolg van een kritische opstelling is vaak dat je andere bronnen moet zoeken en die zijn dun gezaaid. Kortom, persvrijheid is relatief, want de meeste media willen het risico niet lopen om bronnen kwijt te raken. Als ze al niet tot doel hebben om voor een bepaalde partij spreekbuis te zijn. Dat die persvrijheid nu zelfs in Europa onder druk staat door een Turkse dictator in de dop die te vriend moet worden gehouden stemt niet optimistisch voor de toekomst.

 

Advertenties

Martelaar

Onder luid gejuich brengt MFK-leider Gerrit Schotte zijn stem uit. Hij is onder voorwaarden vrij na zijn veroordeling voor het aannemen van smeergeld, witwassen en valsheid in geschrifte. De MFK wint de verkiezingen en krijgt acht zetels. ,,De corruptie heeft gewonnen. Curaçao is de enige plek op de wereld waar de bevolking doelbewust op corrupte partijen stemt”, zegt Alex Rosaria van PAIS.

Nee, dit is geen voorspelling voor het nieuws van 1 oktober, de dag na de aanstaande verkiezingen van 30 september. Dit is een geheugentest. Want het zijn teksten uit mei 2003. Toen won de FOL van Anthony Godett de verkiezingen een dag na zijn vrijlating uit voorarrest. Ik heb de naam van Godett vervangen door Schotte en de tekst van Rosaria was oorspronkelijk van toenmalig politicus Nelson Pierre. Godett werd later veroordeeld voor corruptie en fraude, zat zijn straf uit, was weer gewoon politicus, geen martelaar en slachtoffer van justitie meer, en verloor de volgende verkiezingen.

Martelaarschap
Ons geheugen is slecht, ik heb nog niemand naar deze opmerkelijke parallel zien verwijzen. Elke situatie is natuurlijk anders. Of Schotte veroordeeld wordt weten we nog niet, veel mensen denken van niet, maar als je kwaad wil zou je kunnen veronderstellen dat zijn verdediging de zaak Babel niet voor niets heeft gerekt tot een verkiezingsjaar. Het martelaarschap betaalt zich immers uit. Met een hoger beroep in het vooruitzicht haalt Babel de verkiezingen wel.

Foto Anneke Polak/Caribisch Netwerk

Gerrit Schotte en partner en medeverdachte Cicely van der Dijs bij de rechtbank. Foto Anneke Polak/Caribisch Netwerk

De uitkomst van het proces maakt eigenlijk niet eens uit. Schotte zal er op blijven hameren dat hij politiek vervolgd wordt en dat er sprake is van karaktermoord. Bij vrijspraak is dat sowieso bewezen, bij een veroordeling wordt de kaart van onrecht gespeeld. Laat dat maar aan advocaat Peppie Sulvaran over met zijn kartonnen schema. Een groot deel van de bevolking gelooft hem en Schotte, heeft medelijden, ziet tranen en stemt op hem. En dus wint hij de verkiezingen.

De kiezer is slecht van geheugen en justitie is de grote boze wolf. Met op de achtergrond andere politieke partijen, die krampachtig proberen duidelijk te maken dat Schotte een schurk is, maar daarmee zijn martelaarschap alleen maar versterken.

Vlotte babbel
Daar komt bij dat het publiek oppervlakkig wordt geïnformeerd. Politieke partijen hebben geen programma’s. Kranten die zaken een beetje serieus onderzoeken zijn er nauwelijks. Weinig media proberen wat journalistieke diepgang te brengen. Wat ik daarmee wil zeggen: de kiezer gaat af op plaatjes, sensationele krantenkoppen en stemt op mensen met een vlotte babbel zonder zich af te vragen of wat daar achter schuilgaat wel klopt. Weet u waarvan Schotte precies wordt beschuldigd? Het is veel gemakkelijker om voor zoete koek aan te nemen wat advocaat Sulvaran zegt, wat Schotte beweert, dan wat het Openbaar Ministerie in ingewikkelde bewijsvoering naar voren brengt over het geld van casinobaas Corallo als financier van MFK. De beste PR-machine wint. En degene met het meeste geld.

Dat klinkt allemaal misschien cynisch. Maar kijk om u heen, het lijkt er steeds meer op dat de wereld die kant op gaat. Je ziet het in Nederland met Wilders, in de Verenigde Staten met Donald Trump. Wie het hardste populistische teksten schreeuwt wint.

Maar laat ik positief eindigen. Er is nog altijd een grote groep mensen die er niet intuint. Die wel nadenkt over achtergronden en kijkt naar bewijzen. Die vertrouwen heeft in de rechtspraak en de wet respecteert. Die wel het beste voorheeft met dit eiland en niet alleen aan eigenbelang denkt. Zelfs als Wilders de volgende verkiezingen wint is er nog een meerderheid van Nederlanders die niet op hem stemmen. Of Trump in Amerika kan winnen is nog maar de vraag. En ik mag het eigenlijk niet zeggen, want trial by media weet u wel, maar zelfs bij verkiezingswinst van MFK blijft de groep mensen die het goed voorheeft met Curaçao groter. Als die groep nou eens de handen echt ineen slaat, dan is er nog wel degelijk toekomst voor dit eiland. Dan blijft er hoop.

Misleiding
Tot slot nog een quizvraag. Waarom heeft Justitie deze zaak Babel genoemd? Het moet haast wel een verwijzing zijn naar het Bijbelse Babel. Zoals ook de cartoonist afgelopen zaterdag in het Antilliaans Dagblad het weergaf: de spraakverwarring, de misleiding waardoor de waarheid verborgen blijft. Misschien naar aanleiding van de ingewikkelde geldstromen in deze zaak. Of had Peppie Sulvaran het toch stiekem bij het rechte eind (al doelde hij op het OM) en is het een verwijzing naar de vlot van de tongriem gesneden Schotte, zijn vlotte babbel.

Het antwoord weet ik niet. Hoe het ook zij: ik wens u in alle oprechtheid veel wijsheid toe in deze verwarrende tijden.

Deze bijdrage werd op zaterdag 20 februari als column uitgezonden in het programma Wat een Week! op Paradise FM.

De PR machine en de gemiste kans

Elke avond rond de klok van 18.00 uur komt een stroom persberichten op gang van de regering van Aruba. Alle media die zich met Aruba bezighouden worden voorzien van informatie. Netjes per onderwerp en voorzien van fotomateriaal. Het is tekenend voor de gestructureerde manier waarop de public relations op het buureiland zijn georganiseerd. Iedereen krijgt op hetzelfde moment in hapklare brokken al het nieuws van de overheid aangeleverd. Daar kun je dan daarna mee doen wat je wil natuurlijk, maar je weet dat je het krijgt.

Hoe anders gaat dat op Curaçao. Elk ministerie stuurt apart op willekeurige momenten persberichten rond, al dan niet voorzien van foto’s. Het ene ministerie heeft een ijverige PR-afdeling of woordvoerder die je overspoelt met tientallen levendige foto’s, bij het andere mag je blij zijn als er een stijf geposeerd portret bij zit. En je weet dus nooit wanneer je wat krijgt.

Cumbre de las Americas
Ik moest aan denken toen de heisa ontstond over de niet bestaande Curaçaose delegatie naar Panama, naar de Cumbre de las Americas, waar de Cubaanse president Raúl Castro en zijn Amerikaanse ambtgenoot Barack Obama weer wat betere vriendjes werden. De historische ontmoeting ging de wereld over. En wie stond daar bij? Weliswaar met de rug naar de camera, maar de Nederlandse premier Mark Rutte behoorde als enige Europeaan tot het selectieve gezelschap, zodat hij later aan zijn kleinkinderen – als hij die ooit krijgt – kan vertellen ‘ik was erbij’. Hij zag er ook wel een beetje uit als het jongetje dat zo graag op het feestje wilde komen, maar er toch niet echt bij hoorde. Maar dat terzijde.

De Arubaanse premier Mike Eman was er ook bij, al hebben we hem op het moment supreme niet gezien. Maar daar komt zijn geoliede PR-machine om de hoek kijken. De redacties werden die avond overspoeld met foto’s van Eman op de top, in geanimeerd gesprek met enkele hoofdrolspelers en andere hotemetoten (pardoner le mot).

Afspraken
Intussen was op Curaçao de kritiek losgebarsten over het ontbreken van de eigen premier in de Koninkrijksdelegatie. Vice-premier Van der Horst – premier Asjes genoot van een vakantie – mocht uitleggen dat er afspraken waren gemaakt over wie welke missies dit jaar zou meemaken en deze was toevallig naar Aruba gegaan. Toevallig? Echt niet, op Aruba hadden ze al lang door dat ze bij deze top moesten zijn. Laat dat maar aan communicator Eman en zijn PR-mensen over.

Overigens heb ik niemand gehoord over het feit dat die kritiek op het ontbreken van Curaçao wel een beetje laat kwam. Kennelijk was er ook bij de oppositie niemand alert genoeg om het belang van deze historische top op waarde te schatten. De kritiek kwam pas toen de publiciteit rond de ontmoeting Castro-Obama losbarstte, terwijl die toch al sinds de aankondiging van de ontspanning tussen beide landen voorzien kon worden.

Dat Van der Horst ook had gezegd dat minister Jardim met een bedrijvendelegatie naar Panama ging was niemand opgevallen. Dat komt goed uit, dachten de Curaoçaose voorlichters: zondagavond verschenen er ineens foto’s van de top waar Jardim op stond. Verbazing alom, het woord Photoshop viel zelfs even. Maar hij was er echt, hij moest een luchtvaartakkoord tekenen, liet zijn ministerie weten. En hij was gevraagd alsnog tot de Koninkrijksdelegatie toe te treden. Zijn deelname beperkte zich tot bilaterale gesprekken, aldus Van der Horst. Damage control, dat is duidelijk. Maar het werkte niet.

Nee, als het om PR gaat heeft de Curaçaose politiek nog veel te leren. De leermeester zit niet ver weg, namelijk op Aruba. De persberichten die elke avond komen zijn dan wel soms een grote Mike Emanshow, de ervaring leert dat hij zo wel in de krant komt. En meestal op de manier zoals hij dat wil. Kijk maar naar het hoogtepunt – of dieptepunt zo u wil – van zijn public relations kunsten: de hongerstaking vorig jaar over de begroting. Zelfs de Nederlandse pers smulde van de premier die ‘voor zijn volk’ in hongerstaking ging en van zijn al dan niet gespeelde emoties. Ook al waren ze daar wat kritisch over, een zekere sympathie kreeg Eman wel.

Schotte
Op Curaçao hadden we ooit een afgezette premier Schotte die zich opsloot in Forti, omdat er een staatsgreep tegen hem zou zijn gepleegd. Die actie keerde zich snel tegen hem. Ook al is Schotte misschien ook wel de enige politicus op Curaçao die zijn PR goed voor elkaar heeft, hij haalt het niet bij Eman.

Ik wil niet pleiten voor een grote goednieuwsshow door de politiek, want daar komt een goede PR natuurlijk vaak op neer. Maar beter nadenken over deelname aan delegaties en een slimmer beleid zou de regering goed doen. Dan mist Curaçao een volgende keer tenminste niet het juiste moment om te pieken.

Deze bijdrage was op 18 april 2015 als column te beluisteren in het programma Wat een Week! op Paradise FM 

Paniekvirus op Curaçao

Op Curaçao heeft de angst voor ebola een hoogtepunt bereikt. Of beter gezegd: een dieptepunt. Werknemers van de Dokmaatschappij (CDM) weigerden een schip uit Nigeria in reparatie te nemen. CDM is een bedrijf in grote financiële nood en kan het zich niet veroorloven klanten zomaar weg te sturen. En zeker niet wegens een ongegronde angst. Een paniekaanval zou je het kunnen noemen.

Ongeveer 10.000 mensen in de wereld zijn tot nu toe getroffen door het levensgevaarlijke ebolavirus. Bijna allemaal wonen ze in West-Afrika. Ver weg van Curaçao, maar op het eiland lijkt de paniek desondanks te hebben toegeslagen. De kranten schrijven bijna dagelijks over ebola, het is op de radio en tv. De kans dat de ziekte het eiland bereikt is erg klein, zegt epidemioloog Izzy Gerstenbluth al wekenlang. Toch gaan de media er maar over door. Het onderwerp leeft, zou je kunnen tegenwerpen. Maar is dat ondanks of dankzij de media?

Crisis
Waar komt die plotselinge onrealistische angst vandaan? Media spelen hierin een grote rol. Op televisie was er vorige week zelfs een speciaal forum van twee uur met informatie over ebola, waar het publiek vragen kon stellen. Wat was eigenlijk de bedoeling daarvan? Inspelen op een behoefte? Angst wegnemen? Het omgekeerde lijkt te gebeuren. Het publiek krijgt het gevoel dat er een crisis op uitbreken staat, alsof er een orkaan op het eiland afkomt. Een forum over chikungunya zou beter op zijn plaats zijn. Dat is geen dodelijke ziekte, maar treft veel meer mensen, waarvan de maatschappij de gevolgen ondervindt.

Door dagelijks te berichten over een onbekende, gevaarlijke ziekte en over de kans dat dit virus Curaçao bereikt wordt de angst gevoed. Ook de regering speelt een rol. Minister Ben Whiteman van Gezondheid kondigt aan materiaal in te kopen om voorbereid te zijn. Ook het ziekenhuis (Sehos) is voorbereid, zover dat mogelijk is, en op de luchthaven Hato zijn maatregelen genomen.

En dan is er nog de internationale berichtgeving die het eiland bereikt. Sinds het eerste ebolageval in de Verenigde Staten een slachtoffer eiste staat CNN bol van de ebolaberichtgeving. In de VS zie je een zelfde soort paniek ontstaan. En dat wordt ook op Curaçao gezien. Mensen overwogen zelfs hun reis naar de VS af te zeggen, omdat er in Dallas iemand aan ebola is gestorven.

De regering, Hato en het Sehos volgen internationale richtlijnen van onder andere de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Wellicht dat er door de instanties beter nagedacht kan worden over de manier waarop dit naar buiten wordt gebracht. Wees voorbereid, natuurlijk, maar informeer het publiek in ieder geval zorgvuldig en neem angst weg in plaats van die te creëren.

Ebolaschip
Journalisten hebben ook hun eigen verantwoordelijkheid. Berichten zonder enige nuancering de wereld in sturen over een ebolaschip in de haven is onverantwoord. Niet alle Afrikanen hebben ebola. Zoals Gerstenbluth uitlegde is Nigeria door de WHO ebolavrij verklaard. Dit in tegenstelling tot de VS, voegde hij er aan toe, maar schepen uit dat land komen ongehinderd de haven van Curaçao binnen. Bovendien wordt elk schip dat de haven binnenkomt, of het nu uit Nigeria komt, uit de VS of uit welk ander land ook, gecontroleerd op ziektes die eventueel aan boord heersen. Als je je ergens geen zorgen hoeft te maken, is het in de haven.

De media op Curaçao – en overigens ook in een aantal andere landen – zouden beter na moeten denken over hun berichtgeving. Het is wel een dilemma: verzwijgen kan natuurlijk niet en oplettendheid is altijd goed. Ook hier geldt: denk na en informeer op een genuanceerde en zorgvuldige manier. Denk ook aan het publiek dat, zeker over een nog onbekende ziekte, nu eenmaal slecht geïnformeerd is. Doe niet alsof elke Afrikaan ebola meebrengt.

En het CDM-personeel moet misschien ook nog eens nadenken. Als je bang bent voor Afrikanen: op hoeveel schepen varen eigenlijk Afrikanen mee, ook als ze niet uit Nigeria komen? En als je bang bent ebola: moeten we cruiseschepen dan ook gaan weren omdat er Amerikanen op zitten? Breng met onbesuisde acties je bedrijf niet verder in de problemen. Uiteindelijk is het niet de volksgezondheid die op het spel staat, maar de banen bij CDM die gevaar komen.

Nederlandse pers blijft blind voor Koninkrijk

Het zal wel toeval zijn, maar de Koninkrijksconferentie op Aruba viel samen met de openingsweek van het Major League Baseball (MLB) seizoen. In beide gevallen zou het Koninkrijk successen kunnen laten zien. Op de conferentie werd gesproken over de cohesie in het Koninkrijk. Honkbal lijkt een heel geschikt middel om daar aan te werken. Het is enorm populair in de Cariben en in Europa is Nederland een topland. Niet in het minst dankzij de inbreng van Caribische spelers.

De Arubaanse premier Mike Eman hamert al jaren op saamhorigheid in het Koninkrijk. Aan de vooravond van de Koninkrijksconferentie meldde hij trots in het Antilliaans Dagblad dat zijn visie wortel begint te schieten. Tot zijn vreugde zei minister Plasterk van Koninkrijksrelaties dat ‘we bij elkaar horen’.

Nou kennen we Eman als een groot communicator, die zichzelf altijd kundig in een positief daglicht weet te plaatsen. Maar politiek lijkt hij wat betreft de ‘cohesie in het Koninkrijk’ inderdaad de wind in de rug te hebben. Ondanks onhandige opmerkingen van de Nederlandse premier Rutte over Zwarte Piet is de onderlinge sfeer goed genoeg om zelfs heikele onderwerpen te bespreken zonder ruzie te krijgen.

Geen succesvolle Antillianen
Erg jammer is het dan om te zien dat de Nederlandse pers blind blijft voor het Koninkrijk. Zonder uitputtend onderzoek te hebben gedaan (via Google), vond ik geen letter over de Koninkrijksconferentie. En erger: de pers blijft weigeren om te erkennen dat Antillianen succesvol kunnen zijn, behalve dan in criminaliteit.

Een paar jaar geleden werd niet een Nederlands team, maar een konkinkrijksteam wereldkampioen honkbal. Zeker driekwart van de spelers had een Antilliaanse achtergrond. In Nederland was men blij, net zoals men er blij is met Churandy Martina, maar er werd alleen gesproken over ‘Nederland’ dat wereldkampioen werd.

Bij de start van het nieuwe MLB-seizoen komt de nieuwssite Nu.nl met een overzicht van de ‘zes Nederlanders’ die aan de start staan. Helemaal niet slecht bedoeld en in de omschrijvingen van de spelers wordt hun afkomst niet verloochend.

Lees even mee:

  • Andrelton Simmons:  “De op Curacao geboren…”
  • Kenley Jansen:  “De in Willemstad geboren speler…”
  • Xander Bogaerts:  “…de Arubaan het vertrouwen te geven….”
  • Roger Bernadina:  “…kreeg de 29-jarige Nederlander…”
  • Jonathan Schoop:  “…gaf de Curaçaoënaar…”
  • Pedro Strop:  “De zoon van een Antilliaanse vader…”

En ook worden nog genoemd:

  • Jurrickson Profar: “De pas 21-jarige Curaçaoënaar…”
  • Didi Gregorius: “…dat de Nederlander…”

Van alle genoemde spelers zijn er twee in Nederland geboren. Weliswaar hebben ook die een Antilliaanse achtergrond, maar prima om die twee Nederlanders te noemen. Alle andere zijn geboren op Curaçao of Aruba. Waarom heten ze dan toch allemaal in de kop en de inleiding van het artikel ‘Nederlanders’.

Niet geluisterd
Ook de NOS gaf een bijna identiek overzicht van ‘Nederlanders’ in de MLB-competitie. Dat is eigenlijk nog erger, want de NOS is er vorig jaar duidelijk op gewezen dat als ze het hebben over criminaliteit er stelselmatig gesproken wordt over ‘Antillianen’, maar als het over succesvolle sporters (of anderen) gaat dezelfde mensen plotseling als ‘Nederlanders’ worden aangeduid. Kennelijk heeft men niet geluisterd naar die kritiek.

Natuurlijk is alles uit te leggen en gebeurt het omgekeerde ook. Maar als we ooit samen echt een Koninkrijk met cohesie willen worden, dan zullen we ons toch bewust moeten worden van dit soort verschillen in benadering van bevolkingsgroepen die toch allemaal Koninkrijksburgers zijn. Het lijkt een gevecht tegen de bierkaai om hierover te schrijven. Maar soms moet het toch weer gezegd worden.

Op zoek naar licht in de duisternis

Onlangs publiceerde de Universiteit van Aruba een onderzoek waaruit bleek dat er maar weinig vertrouwen is in lokale politici en instanties. Bent u verbaasd over de uitkomst van het onderzoek? Waarschijnlijk niet. En helaas moeten we constateren dat het er in de andere delen van het Koninkrijk net zo slecht voor staat met het vertrouwen in de politiek.

Het meest opmerkelijke resultaat van dat onderzoek was misschien wel dat de rivaliteit tussen Aruba en Curaçao zich vertaalt in wantrouwen. De Curaçaose buren worden door de Arubanen nog het minst vertrouwd van alle mensen. Zelfs Nederlanders doen het nog beter. Omgekeerd zou je waarschijnlijk hetzelfde resultaat krijgen. Terwijl buren elkaar over het algemeen juist eerder vertrouwen dan mensen van verder weg. Waarschijnlijk zijn er te veel burenruzies geweest tussen Aruba en Curaçao.

Idealen
Maar dat terzijde. Het vertrouwen in instanties, en vooral in politici, daalt overal. Je zou je haast afvragen of het nog lager kan. De reden is niet moeilijk te raden. Veel mensen zien steeds meer bewijzen voor het alom heersende beeld van de politicus die alleen aan zichzelf denkt. Welke politicus verdedigt nog echte idealen? Het zijn er maar weinig en regelmatig verwateren de idealen zodra iemand regeringsverantwoordelijkheid krijgt of zelfs al eerder, als het parlement wordt betreden. Coalitieafspraken zijn meestal fataal voor de idealen.

Het aantal corruptiezaken waarbij politici betrokken zijn groeit. De spreekwoordelijke koelkast die tijdens de verkiezingscampagne aan kiezers wordt beloofd is al heel oud, maar nog tamelijk onschuldig. Erger is de verborgen corruptie. Het is moeilijk om dat te bewijzen, maar soms lukt het. In Nederland werd onlangs een voormalig provinciebestuurder veroordeeld voor de schimmige spelletjes die hij had gespeeld als politicus. En hij was niet de enige, zo is intussen wel duidelijk. Het maakt het voor Nederland trouwens ook steeds lastiger om met de vinger richting Caribisch gebied te wijzen als er daar weer eens wat aan de hand is.

Duistere zaken
Dat er in de Caribische delen van het Koninkrijk op dit gebied wat aan de hand is hoeft geen betoog. Ook Curaçao kent inmiddels enkele veroordeelde politici, zoals Anthony Godett. Dat ex-premier Gerrit Schotte nu verdacht wordt van duistere zaken was voor veel mensen al bijna een publiek geheim. Op Sint Maarten is het niet anders met een zelfs op video vastgelegde verdachte transactie waarbij een politicus betrokken was. Op Bonaire loopt een rechtszaak tegen politici en wordt gezaghebber Emerencia zo goed als weggepest. Volgens velen omdat zij nou juist de enige eerlijke bestuurder was. En als ik de andere eilanden niet noem is dat niet omdat het daar zo goed gaat.

Ook de lokale media kregen er van langs in het Arubaanse onderzoek. Dat was evenmin een verrassing. Uit het onderzoek van Transparency International over Curaçao kwam ook al naar voren dat de media gebrekkig functioneren. In een democratie spelen media een belangrijke rol. Maar voor bijvoorbeeld gedegen onderzoeksjournalistiek is gewoon geen geld op de eilanden. We kunnen alleen maar hopen op die paar journalisten die hun nek uit durven steken. In Nederland is het op dat gebied beter, maar ook daar zit de journalistiek in de verdrukking.

Lichtpuntjes
Kortom, het staat er slecht voor met de democratie in het Koninkrijk. Het vertrouwen is weg en er heerst een beeld van politieke zakkenvullers met weinig oog voor het landsbelang en de eigen bevolking. Helaas heeft tot nu toe niemand een beter systeem bedacht om een land te besturen. Een sombere constatering aan het eind van 2013, de tijd van de lichtjes. Maar ook in donkere tijden zijn er altijd wel lichtpuntjes. Misschien dat die in 2014 de negatieve spiraal doorbreken en een ommekeer teweeg brengen. Ik wens het u toe.

Voor Nederlandse media blijven Cariben blinde vlek

Curaçao staat weer op zijn kop na de zelfmoord van ‘Pretu’. De verdachte werd gezien als sleutelfiguur voor de oplossing van de moord op Helmin Wiels. Speculaties over de gang van zaken zijn niet van de lucht. Ook voor Nederlandse media is dit nieuws. Nieuwssites, kranten en omroepen melden het allemaal. Ook dat de minister van Justitie zijn portefeuille ter beschikking stelt, hoewel hij formeel niet verantwoordelijk is voor de veiligheid van een verdachte.

Inhoudelijk is er weinig aan te merken op de berichtgeving. Die is in de meeste gevallen feitelijk; dat het nieuws voor onrust zorgt op Curaçao valt niet te ontkennen. En toch blijft er bij mij een wrange smaak achter. Natuurlijk, het gaat weer over moord en doodslag. Maar de directe oorzaak ligt in de berichtgeving vlak voor het weekend over het aanstaande bezoek van het koningspaar aan de Caribische rijksdelen.

Geen nieuws
Vrijdagmiddag 6 september berichtte het NOS-bulletin dat koning Willem-Alexander en koningin Máxima in november een kennismakingsbezoek brengen aan de ‘overzeese gebieden’. Waarna voor de zekerheid even alle zes eilanden genoemd worden. En dan volgt het doel van de reis. “Waar is het nieuws”, schoot er door mijn hoofd. Want dat wist ik allemaal al lang. Namelijk sinds de provincietour van het nieuwe koninklijk paar in februari werd aangekondigd.

Het nieuws komt pas in alinea drie: het bezoek begint op 12 november op Sint-Maarten. “Oh, het reisschema is nu bekend”, begreep ik, “Dat is het nieuws.” Terugzoekend op de NOS-site, zie ik dat de omroep wel wist dat ze oud nieuws zaten te verkondigen, want op de website staat er bij dat in maart (wat dus ook nog fout is) het bezoek al was aangekondigd. Zo’n bericht is toch jammer, ook voor koning Willem-Alexander. Want hij doet – misschien nog wel meer dan zijn moeder deed – zijn best om het Caribische deel van het Koninkrijk steeds te noemen in zijn toespraken.

Het is wat flauw om dit bericht zo negatief te benaderen, want er zijn ergere dingen. De NOS toont tenminste nog enige betrokkenheid door dit nieuws te brengen. En de Rijksvoorlichtingsdienst is medeschuldig, want het bericht volgt braaf het persbericht van de RVD. Maar het is een typisch voorbeeld van het belang dat wordt gehecht aan berichtgeving over de Caribische eilanden. Er is weinig of geen parate kennis op de redacties en er hoeft weinig energie in gestoken te worden.

Lekkere kop
Dat laatste is juist wat mij stoort. Nog los van de erg selectieve onderwerpkeuze worden details niet belangrijk gevonden als het over de Cariben gaat. Alleen als er sensationele dingen zijn te berichten, zoals de zaak-Wiels, wordt er tijd en mankracht voor vrijgemaakt. En dan nog moet je maar hopen dat de krant, website of omroep de moeite neemt om feiten te checken en (lokale) deskundigen in te schakelen. De NOS is wat dat betreft zeker niet het slechtste jongetje van de klas, maar voor sommige Nederlandse media is een lekkere kop belangrijker dan de inhoud als het over de eilanden gaat.