Categorie archief: Koninkrijk

Persvrijheid

Vrijheid van meningsuiting en persvrijheid, begrippen die zo dicht bij elkaar staan dat ze vaak in één adem worden genoemd. Ze staan bij ‘ons’ hoog in het vaandel als kernwaarden van de democratie. Met ‘ons’ bedoel ik dan de meeste Westerse landen, inclusief de Caribische eilanden van het Koninkrijk. Nederland slaat zichzelf vaak op de borst als bewaker van die vrijheden.

Terecht, zo blijkt uit de vorige week gepubliceerde ranglijst van Reporters without Borders. Nederland staat op de tweede plaats achter Finland. West-Europa heerst in de top 10, waarin verder alleen Costa Rica en Jamaica voorkomen als niet-Europese landen. Jamaica is niet zo verwonderlijk als het lijkt, op het kaartje kleurt het Caribisch gebied licht oranje, wat betekent dat het best wel goed gaat.

De rode en zwarte gebieden, wat duidt op problemen en onderdrukking, liggen in Oost-Europa, Azië en Afrika. Zuid-Amerika valt nog best mee en Suriname scoort zelfs goed met plaats 22. Caribisch Nederland (alle zes eilanden in dit geval) worden niet apart genoemd en vallen blijkbaar onder Nederland. Grote persvrijheid dus.

Is dat laatste terecht? Nee, met de persvrijheid gaat het op de eilanden helemaal niet zo goed. Daarover later meer. Is de tweede plek van Nederland terecht? Daar zijn ook best kritische kanttekeningen bij te plaatsen. Want Turkije (zelf in het rood op de ranglijst) gooit roet in het eten. Ineens blijkt de persvrijheid in Nederland en andere West-Europese landen te beïnvloeden.

Erdogan
Vanwege de vluchtelingendeal met Europa grijpt president Erdogan de kans om ook buiten eigen land de vrijheid te beperken. Buitenlandse kritiek op hem van satirici en columnisten wordt aangepakt en de reacties van met name de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Nederlandse premier Mark Rutte zijn – in mooi Papiaments uitgedrukt – ‘lali lali’. Met de mond wordt weliswaar beleden dat Erdogan niet aan de vrijheid van meningsuiting mag komen, maar echte actie blijft uit. De deal met Turkije mag niet op het spel worden gezet en daarvoor mogen de kernwaarden van de democratie blijkbaar best even opzij worden geschoven.

De Caribische eilanden dan. Er is officieel dezelfde persvrijheid als in Nederland. Maar in de praktijk is de pers zeer beïnvloedbaar. Daarop heeft bijvoorbeeld Transparancy International al gewezen. Sommige media behoren tot een politieke partij. Anderen durven vaak niet kritisch te zijn. Op Aruba moet je met een lantaarntje zoeken naar kritische journalisten, het gros publiceert klakkeloos de juichende persberichten van de regering Eman.

Boycot
Op Curaçao is het niet veel anders, hooguit gevarieerder. Sommige radiostations en kranten worden gefinancierd door politici en vaak hebben ze niet eens een eigen redactie. Dan kun je dus weinig anders dan persberichten zonder nadenken publiceren. En als je dan kritisch bent of een eigen onwelgevallige mening hebt dan wordt je aangepakt. Je wordt geboycot door bewindslieden of andere politici, waardoor je dus geen informatie meer krijgt behalve dan misschien via een persbericht.

Premier Ben Whiteman riep nog niet zo lang gelden met spoed een persconferentie bijeen om een bericht in het Antilliaans Dagblad te weerspreken over het niet verlengen van de huurovereenkomst met PdVSA voor de Isla-raffinaderij, in afwachting van een nieuw aangepast contract. De andere media moesten zijn ontkenning publiceren en die deden dat vrijwel allemaal braaf. Twee weken later zei dezelfde Whiteman overigens op een volgende persconferentie dat het huurcontract met PdVSA niet zou worden verlengd….

Te vriend
Op de kleinschalige eilanden kun je beter iedereen te vriend houden. Dat maakt het niet gemakkelijk voor de pers om onafhankelijk te blijven. Het gevolg van een kritische opstelling is vaak dat je andere bronnen moet zoeken en die zijn dun gezaaid. Kortom, persvrijheid is relatief, want de meeste media willen het risico niet lopen om bronnen kwijt te raken. Als ze al niet tot doel hebben om voor een bepaalde partij spreekbuis te zijn. Dat die persvrijheid nu zelfs in Europa onder druk staat door een Turkse dictator in de dop die te vriend moet worden gehouden stemt niet optimistisch voor de toekomst.

 

Advertenties

Boot 68

Persoonlijk heb ik helemaal niets met de Canal Parade, zoals die afgelopen zaterdag in Amsterdam voor de twintigste keer gehouden werd. Ik vind het maar een overdreven gedoe. Nou hou ik helemaal niet van grote mensenmassa’s en dit jaar was de Canal Parade een van de drukste ooit, dus ik heb een excuus. Maar los daarvan begrijp ik niet waarom er een apart soort homoseksuele carnavalsvariant moet zijn. Ik ga ervan uit dat je iedereen in zijn waarde moet laten, iedereen zichzelf moet laten zijn. Wie je ook bent, welke seksuele geaardheid, afkomst of huidskleur je ook hebt. Artikel 1 van de Grondwet. Dat hebben we zo afgesproken.

De Canal Parade, en meer in het algemeen Gay Pride, is dus niet nodig. Als we de Grondwet zouden naleven. En Amsterdam was toch altijd al gay-friendly, al valt daar wel wat op af te dingen tegenwoordig. Dit jaar deed er een Koninkrijksboot mee. Voor het eerst, zo wordt gezegd. En met succes: ‘Boot 68’ won meteen de eerste prijs. Overigens hebben er al eerder boten meegevaren met Caribische homo’s en lesbiennes (of nog breder LHBTI). Maar dit keer hebben de belangenorganisaties van de Caribische eilanden in het Koninkrijk de handen echt ineen geslagen. Dat is volgens de organisatoren nodig, omdat er grote verschillen bestaan tussen de rechten voor homoseksuelen in de verschillende delen van het Koninkrijk.

Weggepest
Ik moest afgelopen week denken aan Charlene Oduber. De Arubaanse die tien jaar geleden met haar Nederlandse vrouw naar haar geboorte-eiland kwam om samen een mooie toekomst op te bouwen. Dat plan mislukte, want hun huwelijk werd niet erkend op Aruba en haar geaardheid werd niet getolereerd. Het stel werd van het eiland weggepest en hun huwelijk overleefde dat niet. Ik moest aan haar denken toen het Arubaanse Statenlid Desiree Croes (gehuwd met een vrouw) de verwachting uitsprak dat het geregistreerd partnerschap voor stellen van gelijk geslacht snel ingevoerd zal worden op Aruba. Dat is tien jaar later, slechts tien jaar later.

Ik ben benieuwd wat het succes van de Koninkrijksboot gaat betekenen voor de acceptatie van (laten we het simpel houden) homoseksuelen op de eilanden. Ongetwijfeld stromen de felicitaties binnen van trotse politici en partijbonzen van die eilanden. Als er ergens ter wereld een Caribische miss in de top 10 eindigt van een of andere onbenullige competitie dan stromen de felicitaties ook binnen. Maar gaat het Curaçaose Statenlid Winnie Raveneau, die bekend staat om haar homohaat, nu een afkeurend persbericht rondsturen? Of houd ze wijselijk haar mond en kan die succesvolle Koninkrijksboot (en de Canal Parade) toch zorgen voor een doorbraak?

Boegbeeld
Ik vrees dat de negatieve sentimenten over homoseksualiteit nog wel even zullen blijven op de zes eilanden. Een prominent boegbeeld, dat werkt blijkbaar. Zoals Croes, maar ook Gay Pride kan daarbij helpen. Een paar jaar geleden werd een Curaçaose versie van het homo-evenement nog tegengewerkt, nu wordt het (voorzichtig) getolereerd. En – toegegeven – de Canal Parade kan hier ook een functie in hebben. De drempel om op zo’n boot te stappen is relatief laag en dat kan zelfs een heteroseksueel boegbeeld zijn uit solidariteit met de homogemeenschap. Bijvoorbeeld een minister, al trok de Curaçaose Gevolmachtigde minister zich dit jaar toch nog op het laatste moment terug. Dus ook al heb ik niet zo veel met de Canal Parade, laat hem toch nog maar even voortbestaan, inclusief de Koninkrijksboot. Tot ook in alle Caribische delen van het Koninkrijk de homoseksuelen voor normaal worden aangezien. Misschien dat we Boot 68 dan over tien jaar in het museum kunnen zetten.

Elkander bijstaan

Vandaag, 15 december, is het Koninkrijksdag. We vieren dat het Statuut 60 jaar bestaat. Koning Willem-Alexander doet dat door het koninkrijksconcert in Amsterdam bij te wonen. Op de Fokkerweg op Curaçao staat een monument, dat in de volksmond autonomiemonument heet. Aan de overkant begint de Rijkseenheidboulevard. Het monument is de afgelopen weken opnieuw in de verf gezet en de wegen eromheen zijn weer netjes gemaakt.

,,Steunend op eigen kracht, doch met de wil elkander bij te staan”, staat er op dat monument. Een uitspraak van koningin Wilhelmina uit de Tweede Wereldoorlog, die gezien wordt als het begin van de Nederlandse dekolonisatie. Op 15 december 1954 werd het Statuut door koningin Juliana ondertekend.

Uitvliegende vogels
Het monument is een nest met zes uitvliegende vogels. De zes eilanden van de toenmalige Nederlandse Antillen. Het symboliseert de dekolonisatie, want de Antillen kregen zelfbestuur en het monument kreeg een symbolische plek, namelijk op een drukke rotonde waar iedereen wel eens gebruik van moest maken. Ruim 30 jaar geleden werd er een nieuwe weg aangelegd, waardoor de rotonde zijn functie verloor. Het monument staat er nu een beetje verloren bij. Je komt er alleen als je toevallig in een van de nabijgelegen kantoren moet zijn. Ook dat is, hoewel ongewild, symbolisch. Het Statuut wordt inmiddels door zo’n beetje iedereen verguisd.

Drie van de zes vogels zijn door moedervogel Nederland onder de vleugels genomen, maar ze voelen zich er niet echt bij horen. De drie andere vogels zijn half uitgevlogen, maar voelen zich juist betutteld, omdat ze steeds te horen krijgen dat ze het niet goed doen. Sinds 2010 volgen de aanwijzingen elkaar op. Zelfs het braafste jongetje van de klas, Aruba, moest er aan geloven. Het gevoel neemt toe dat Nederland liever van het kroost af wil, maar Den Haag kan dat niet alleen beslissen. Dus worden de eilanden maar een beetje gepest tot ze er misschien zelf genoeg van krijgen. ‘Eén telefoontje is genoeg’ is een inmiddels bekende uitspraak van de Nederlandse premier.

Neokoloniaal
Op de eilanden wordt Nederlandse bemoeienis als een juk ervaren, volgens sommigen zelfs als neokoloniaal. Maar is er nog een alternatief voor een van de partijen? Een Gemenebestmodel is onlangs nog besproken in de Tweede Kamer, maar dat lijkt een manier voor de initiatiefnemers om de handen grotendeels van de eilanden af te kunnen trekken. De enige manier voor de eilanden om Den Haag af te schudden is volledige onafhankelijkheid, ooit de bedoeling van dat nest met zes uitvliegende vogels. Die beweging is in ieder geval op Curaçao de laatste jaren sterker geworden, maar een meerderheid is er niet voor. Dat lijkt ook onverstandig, want hoezeer Nederland ook lastig is, het Koninkrijksverband biedt zoveel voordelen dat we op de eilanden het nog altijd beter hebben dan veel andere Caribische landen. En voor ingrijpende veranderingen moet het Statuut worden aangepast. En dat kost vele jaren van praten en masseren, dat hebben we gezien in de aanloop naar de wijzigingen van 2010. Het Statuut is dus, zoals dat vaak wordt gezegd, voor beide zijden van de oceaan een knellend verband.

De conclusie is dat we vandaag met zijn allen Koninkrijksdag vieren ter ere van het 60-jarige Statuut. Een gedrocht misschien, maar we hebben niks beters. Dus glimlachen we vandaag als een heleboel boeren met kiespijn. Cadeautjes vanwege deze verjaardag hoeven we zeker niet te verwachten. Burgers in Nederland zal het, als ze er al iets van meekrijgen, worst wezen. En aan deze kant van de oceaan vieren we het met een korte ceremonie en misschien een dagje op het strand. Maar voor de meeste mensen op Curaçao is het gewoon weer een werkdag.

Bewonderen
Het monument is mooi opgeknapt, de wegen zijn weer netjes geasfalteerd. Maar met de wil om elkaar bij te staan is het niet goed gesteld. Die is er alleen nog omdat het Statuut dat afdwingt. Maar deze zes vogels mogen nog lang blijven staan, want ze verdienen het om af en toe weer eens bewonderd te worden, door ons als eilandbewoners en door de politici, op de eilanden en in Den Haag.

Dit artikel is een bewerkte versie van een column die op 13 december 2014 werd uitgezonden door radiostation ParadiseFM op Curaçao en werd ook gepubliceerd in het Antilliaans Dagblad.

Mag dat Nederlandse vingertje nou eens weg?

Als je een tijdje ‘weg’ bent geweest – en het nieuws maar oppervlakkig hebt gevolgd – biedt dat het voordeel dat je de zaken eens van een afstand kunt bekijken. Dan ziet de toestand in de wereld er ineens anders uit. Een soort helikopterview in plaats van een beeld vanaf de grond, waar je steeds maar een detail van het geheel ziet. Toegespitst op het Koninkrijk der Nederlanden rijst bij zo’n bovenaanzicht de vraag of de Caribische eilanden politiek wel wezenlijk anders functioneren dan de grote Europese broer Nederland.

Op het Interparlementair overleg (IPKO) werd deze week gesproken over integriteit. In Nederland wordt vaak wat minachtend of welwillend glimlachend gedaan over de besturen en regeringen op de eilanden. Sommige partijen en ook veel Nederlandse burgers vinden dat de eilanden hun eigen zaken niet kunnen regelen. Er is veel corruptie en daarom is zo’n discussie over integriteit een mooie kans om de eilanders te vertellen hoe het moet.

Veel Caribische burgers kijken ook op tegen Nederland als het land waar het veel beter gaat, waar goede regels zijn die ook worden nageleefd en waar politici volwassen zijn en weten wat ze doen. Dit in tegenstelling tot de eigen politici, die vooral aan zichzelf of hooguit hun partij denken en corrupt zijn. Maar is dat terecht?

Sjoemelen
Nederland is natuurlijk veel groter en is daardoor bestuurlijk krachtiger. Maar kijk eens om je heen. Lees deze week bijvoorbeeld de kranten eens. Parlementaire enquete over corrupte en zelfverrijkende bestuurders van woningbouwstichtingen. Een onderzoek naar de door wanbeleid mislukte fusie van thuiszorginstellingen, waarvan een van de topmannen volgens de vakbond slapend rijk werd. Een benoeming van een Nationale Ombudsman waarvan de Tweede Kamercommissie een potje heeft gemaakt. En het weekblad Vrij Nederland stelde onder de kop ‘Sjoemelen in de polder’ een lijst samen van misstappen van Nederlandse politici in de afgelopen 30 jaar.

Op het IPKO trok SP-Tweede Kamerlid Ronald van Raak (die overigens lid was van de bovengenoemde Ombudsmancommissie) volgens de verslagen zoals gebruikelijk een grote broek aan tegenover de eilanden. Hij stelde Nederland voor als het goede voorbeeld op het gebied van integriteit. Gelukkig wees collega Roelof van Laar (PvdA) hem terecht door onder andere te verwijzen naar de lijst van Vrij Nederland.

Kortom, moeten Aruba, Curaçao en Sint Maarten zich nog wel iets aantrekken van Nederland? Toch wel, want hoe begrijpelijk de aanval van MFK-Statenlid Amerigo Thodé op Van Raak ook was, de Curaçaose politicus heeft natuurlijk nog meer kilo’s boter op het hoofd dan zijn doelwit. Het gehakketak binnen de delegaties van Curaçao, Aruba en Sint Maarten over het onderwerp integriteit wijst er ook op dat de eilandelijke politiek nog lang niet volwassen is. Nederland is op dat gebied toch nog wel een paar stapjes verder.

Vingertje
Als Nederland nu eens dat opgestoken vingertje achterwege laat en de Caribische landen in het Koninkrijk serieus benadert, dan kunnen de eilanden echt nog wat leren van de Europese partner. Het helpt in dit verband niet dat premier Mark Rutte een ontmoeting met de delegaties aan zich voorbij liet gaan wegens de aanwezigheid van het omstreden Sint Maartense Statenlid Patrick Illidge. Natuurlijk had hij beter niet mee kunnen komen, maar hij is nog steeds slechts verdachte. En het wegblijven bij zijn rechtszitting (de reden die Rutte opgaf) was met instemming van de rechtbank. Een goed geïnformeerde premier had dit geweten.

Nederlandse pers blijft blind voor Koninkrijk

Het zal wel toeval zijn, maar de Koninkrijksconferentie op Aruba viel samen met de openingsweek van het Major League Baseball (MLB) seizoen. In beide gevallen zou het Koninkrijk successen kunnen laten zien. Op de conferentie werd gesproken over de cohesie in het Koninkrijk. Honkbal lijkt een heel geschikt middel om daar aan te werken. Het is enorm populair in de Cariben en in Europa is Nederland een topland. Niet in het minst dankzij de inbreng van Caribische spelers.

De Arubaanse premier Mike Eman hamert al jaren op saamhorigheid in het Koninkrijk. Aan de vooravond van de Koninkrijksconferentie meldde hij trots in het Antilliaans Dagblad dat zijn visie wortel begint te schieten. Tot zijn vreugde zei minister Plasterk van Koninkrijksrelaties dat ‘we bij elkaar horen’.

Nou kennen we Eman als een groot communicator, die zichzelf altijd kundig in een positief daglicht weet te plaatsen. Maar politiek lijkt hij wat betreft de ‘cohesie in het Koninkrijk’ inderdaad de wind in de rug te hebben. Ondanks onhandige opmerkingen van de Nederlandse premier Rutte over Zwarte Piet is de onderlinge sfeer goed genoeg om zelfs heikele onderwerpen te bespreken zonder ruzie te krijgen.

Geen succesvolle Antillianen
Erg jammer is het dan om te zien dat de Nederlandse pers blind blijft voor het Koninkrijk. Zonder uitputtend onderzoek te hebben gedaan (via Google), vond ik geen letter over de Koninkrijksconferentie. En erger: de pers blijft weigeren om te erkennen dat Antillianen succesvol kunnen zijn, behalve dan in criminaliteit.

Een paar jaar geleden werd niet een Nederlands team, maar een konkinkrijksteam wereldkampioen honkbal. Zeker driekwart van de spelers had een Antilliaanse achtergrond. In Nederland was men blij, net zoals men er blij is met Churandy Martina, maar er werd alleen gesproken over ‘Nederland’ dat wereldkampioen werd.

Bij de start van het nieuwe MLB-seizoen komt de nieuwssite Nu.nl met een overzicht van de ‘zes Nederlanders’ die aan de start staan. Helemaal niet slecht bedoeld en in de omschrijvingen van de spelers wordt hun afkomst niet verloochend.

Lees even mee:

  • Andrelton Simmons:  “De op Curacao geboren…”
  • Kenley Jansen:  “De in Willemstad geboren speler…”
  • Xander Bogaerts:  “…de Arubaan het vertrouwen te geven….”
  • Roger Bernadina:  “…kreeg de 29-jarige Nederlander…”
  • Jonathan Schoop:  “…gaf de Curaçaoënaar…”
  • Pedro Strop:  “De zoon van een Antilliaanse vader…”

En ook worden nog genoemd:

  • Jurrickson Profar: “De pas 21-jarige Curaçaoënaar…”
  • Didi Gregorius: “…dat de Nederlander…”

Van alle genoemde spelers zijn er twee in Nederland geboren. Weliswaar hebben ook die een Antilliaanse achtergrond, maar prima om die twee Nederlanders te noemen. Alle andere zijn geboren op Curaçao of Aruba. Waarom heten ze dan toch allemaal in de kop en de inleiding van het artikel ‘Nederlanders’.

Niet geluisterd
Ook de NOS gaf een bijna identiek overzicht van ‘Nederlanders’ in de MLB-competitie. Dat is eigenlijk nog erger, want de NOS is er vorig jaar duidelijk op gewezen dat als ze het hebben over criminaliteit er stelselmatig gesproken wordt over ‘Antillianen’, maar als het over succesvolle sporters (of anderen) gaat dezelfde mensen plotseling als ‘Nederlanders’ worden aangeduid. Kennelijk heeft men niet geluisterd naar die kritiek.

Natuurlijk is alles uit te leggen en gebeurt het omgekeerde ook. Maar als we ooit samen echt een Koninkrijk met cohesie willen worden, dan zullen we ons toch bewust moeten worden van dit soort verschillen in benadering van bevolkingsgroepen die toch allemaal Koninkrijksburgers zijn. Het lijkt een gevecht tegen de bierkaai om hierover te schrijven. Maar soms moet het toch weer gezegd worden.

Eilanden hebben zelf Bosmanwet uitgelokt

andre_bosman_baazizDe regeringen van Curaçao, Aruba en Sint Maarten denken misschien dat een toelatingsregeling in Nederland er nooit zal komen. De zogenoemde Bosmanwet is de zoveelste poging om ‘Antillianen’ aan de grens tegen te houden of terug te kunnen sturen naar de eilanden. Die voorstellen zijn steeds gestrand, soms niet eens meer ingediend. Toch zal het er eens van komen en een aangepaste Bosmanwet maakt een goede kans. En dat is dan voor een groot deel de eigen schuld van de eilandelijke politici.

VVD-Tweede Kamerlid André Bosman heeft zijn initiatiefwet misschien niet zo slim aangepakt. Zijn voorstel is grof geschut waarin alle Antillianen over één kam worden geschoren. Dat juristen en andere partijen hier gehakt van zouden maken had hij moeten voorzien. Bosman mag dan beweren dat hij de toelatingsregelingen van de eilanden heeft gekopiëerd, daarbij ziet hij op zijn minst over het hoofd dat de doelstelling van die regelingen heel anders is. Dat is namelijk het beschermen van de eigen arbeidsmarkt en niet het beperken van de toestroom van ‘kanslozen’.

Achterover leunen
Dat het wetsvoorstel van Bosman geen schijn van kans maakt stemt de Caribische eilanden waarschijnlijk tevreden. Maar voor de collega-politici op de eilanden de overwinning claimen zou ik toch maar even wachten. Want tijdens de behandeling werd ook duidelijk dat een op essentiële punten aangepast voorstel een goede kans maakt. Het zal allemaal nog wel een tijdje duren voor de tekst zo is aangepast dat bijvoorbeeld de PvdA ermee kan instemmen, maar op de eilanden moet men nu niet achterover leunen.

De regeringen van de eilanden hebben nog tijd om de Bosmanwet tegen te houden. Dat is namelijk heel simpel. Nou ja, er gaat best veel werk in zitten, maar de eerste stap is snel gezet. Dat Bosman aan zijn initiatiefwet begon is namelijk de eigen schuld van de Curaçaose, Arubaanse en Sint-Maartense politici. Zij hebben het overleg over een Rijkswet Personenverkeer stelselmatig tegengewerkt. Maar daar hoor je – zeker op de eilanden – niemand over.

Herstart overleg
Als de gesprekken over zo’n wet nu voortvarend worden herstart dan valt er nog veel te redden. Het gemakkelijkst is elke belemmering voor vestiging over en weer op te heffen, maar dat zal er wel niet van komen. Maar als de Antilliaanse onderhandelaars hun Nederlandse collega’s een beetje tegemoetkomen dan is er wel een regeling te bedenken die veel beter is dan de Bosmanwet. Dan wil Nederland vast ook nog wel een keer investeren in het opvangen van de ‘kansloze’ Antillianen op de eilanden zelf. Zo is ooit ook de sociale vormingsplicht tot stand gekomen. Het moet niet zo moeilijk zijn op basis daarvan een wat breder programma op te zetten.

Frisse start voor parlementariërs

Het jaar 2014 is fris begonnen op de Caribische eilanden. Curaçao noteerde zelfs een record-lage temperatuur van minder dan 20 graden. Het lijkt alsof dit de parlementariërs van het Koninkrijk goed heeft gedaan. Want op het periodieke overleg (IPKO) leek er nauwelijks een vuiltje aan de lucht.

Dat is opmerkelijk omdat er toch in 2013 aardig wat fricties waren. Sint Maarten kreeg in navolging van Curaçao een aanwijzing van ‘het Koninkrijk’ (lees: Nederland). Op de eilanden was men ontstemd over de ‘Bosman-wet’ – die natuurlijk nog lang geen wet is – over een beperkte toelating van rijksgenoten in Nederland. En op Bonaire heerste een bestuurlijke chaos. Om maar een paar dingen te noemen.

Genoeg stof om elkaar over in de haren te vliegen. Maar dat gebeurde niet. Natuurlijk zijn de tijden dat Hero Brinkman (destijds PVV) bewust het overleg opblies voorbij. En voor die ruzie-achtige periode waren de ontmoetingen meestal vooral een vriendelijk samenzijn van parlementsleden. Volgens velen waren het zelfs snoepreisjes. Toch zal menigeen meer vuurwerk verwacht hebben dit jaar.

Laveren
Misschien heeft de Nederlandse delegatieleider Jeroen Recourt (PvdA-Tweede Kamerlid en ex-rechter op Aruba) vooraf eens goed met zijn collega’s gesproken over de benadering van de overzeese collega’s. Hoe dan ook, er werd handig door de heikele onderwerpen heen gelaveerd. Niet er omheen, maar er doorheen, want ze kwamen wel degelijk ter tafel.

Over de plannen van Bosman (VVD) werd gezegd dat men zich heeft geconcentreerd op de achterliggende gedachte: het helpen van jongeren die dreigen te ontsporen. De strenge Bosman zelf zei op Saba dat de Eilandsraad meer de ruimte moet krijgen en dat Nederland een stapje terug moet doen. Al toonde hij zich op Bonaire weer een ware VVD’er door te zeggen dat de inwoners harder moeten werken om de hoge prijzen te kunnen betalen.

Kans
Ook andere moeilijke onderwerpen zijn besproken: racisme, integriteit, de financiën, ga het hele rijtje maar af. Toch hebben de parlementariërs nergens ruzie over gekregen, althans niet in het openbaar. Dat is positief, al valt te hopen dat ze wel degelijk kritisch naar elkaar zijn geweest. Zo’n prettige ontmoeting garandeert natuurlijk niet dat het dit jaar goed zal komen met het Koninkrijk. Delegatielid Ronald van Raak (SP) zei tegen Caribisch Netwerk hierover pessimistisch te zijn. En misschien heeft hij wel gelijk. Maar met een positieve start van het jaar is in ieder geval de kans gecreëerd dat 2014 een beter jaar wordt dan 2013.