Categorie archief: economie

Democratie bij de buren

Een opstand is deze week uitgebroken in Venezuela. Bij de nationale voetbalploeg, die zich niet kan neerleggen bij vier nederlagen op rij. Het bondsbestuur is een zooitje en moet weg, zeggen de voetballers. Als dat het grootste probleem is waar het land mee kampt, dan hebben ze niks te klagen. Helaas is het erger: de economie ligt op zijn gat, de inflatie is niet bij te houden en de schappen in de winkels zijn leeg.

Morgen (6 december) zijn er verkiezingen en normaal gesproken is in zo’n situatie een regerende partij kansloos. Want net als de voetballers zou je denken dat het volk het bestuur de deur wijst. Niet in Venezuela, althans ik ben er niet zeker van. Of de voorspelde winst van de oppositie er komt zal morgen blijken. Als je leest hoe het stembiljet eruit ziet, met een soort spookpartij die kiezers van de oppositie moet weglokken, dan heb ik grote twijfels. Onafhankelijke waarnemers zijn er niet. En de revolutie gaat sowieso door, ook bij een nederlaag van zijn socialistische partij, heeft president Nicolas Maduro al aangekondigd.

Vallen en opstaan
De democratie heeft het altijd moeilijk gehad in Zuid-Amerika. Veel dictaturen en junta’s zijn er geweest. Venezuela was een van de eerste landen waar de democratie, met vallen en opstaan, voet aan de grond kreeg. De gekozen leiders bleken niet allemaal zuiver op de graat, maar het hield stand. Sinds Hugo Chávez aan de macht kwam lijkt de democratie in Venezuela steeds verder vertrapt te worden. Hij heeft het parlement grotendeels uitgeschakeld en naar zijn hand gezet en regeerde vooral per decreet. De grondwet werd herschreven en hem niet gezinde media werd de mond gesnoerd.

Het Cubaanse model was zijn voorbeeld en dat beleid is na zijn overlijden voortgezet door Maduro. Nog een wonder dat de oppositie zich nog kan laten horen. Een oppositie overigens, die voor een groot deel wordt gefinancierd door kapitaalkrachtige ondernemers die zelf mede debet zijn aan de economische malaise.

Brood op de plank
Heeft de democratie wel toekomst in Venezuela? In 2002 al schreef Jan van der Putten, oud-correspondent Latijns Amerika voor verschillende Nederlandse media, over Chávez: ,,Een militaire populist die de schrik van de rijken en de held van de armen is. Zijn populariteit illustreert pijnlijk de mislukking van de democratie: de armen van Venezuela zijn niet geïnteresseerd in democratie maar in brood op de plank.”

Als dat zo is, zou je denken dat Maduro kansloos is, want veel brood op de plank is er niet. Dan krijgt het land een president met een parlement dat in meerderheid tegen hem is. In de Verenigde Staten gebeurt dat vaak zonder echte problemen, maar in Venezuela lijkt sociale onrust in het verschiet te liggen. Opnieuw, want vorig jaar hebben we daar iets van meegemaakt. En in de campagne is al een regionale oppositieleider vermoord.

Vluchtelingen
Hoe dat afloopt is – los van de politiek – ook van belang voor Aruba, Curaçao en Bonaire. Komt er een vluchtelingenstroom op gang als het echt mis gaat? De Curaçaose minister Navarro van Justitie zegt op alles voorbereid te zijn, maar is dat echt zo? Want kun je je daar wel op voorbereiden? Aruba zegt nu al veel last te hebben van dollartoeristen en wil maatregelen nemen. Nou is angst nooit een goede raadgever, de nuance gaat dan al snel verloren. En paniek is nergens goed voor. Maar wegkijken is ook niet verstandig. En er speelt nog meer. Als ons grote buurland verder ontwricht raakt, dan is dat slecht voor de economie van de eilanden, denk alleen al aan de oliesector.

De verkiezingen van morgen zijn dus ook voor ons spannend. Gaan de kiezers het voorbeeld van de voetballers volgen en sturen ze de veroorzakers van de ellende naar huis? Overleeft de democratie in Venezuela deze crisis? Of leeft die überhaupt nog? De antwoorden heb ik niet.

In het eerder aangehaalde artikel is Jan van der Putten pessimistisch over de democratie in Latijns Amerika. Inmiddels lijkt het systeem in de meeste landen in deze regio aardig wortel te hebben geschoten. Kijk naar Brazilië, waar ondanks onvrede en nu zelfs een afzettingsprocedure tegen de president, toch niemand serieus denkt aan zoiets als militair ingrijpen. En de Argentijnen hebben hun onvrede geuit door via de stembus een ruk naar rechts te maken.

Democratie bedreigd
Dat laatste zou ook in Venezuela kunnen gebeuren. Maar juist daar, zo’n beetje de oudste democratie van het continent, wordt het jonge en kwetsbare plantje democratie bedreigd. Het is te hopen, vooral voor de Venezolanen – maar ook voor de buren, dat de democratie morgen de grote winnaar wordt en dat de rust in het land bewaard blijft. Ik hou mijn hart vast.

Advertenties

Imago is alles

Nog niet eens zo heel lang geleden werd er op Curaçao een beetje neergekeken op toerisme. Bezoekers van het eiland vonden de gastvrijheid op het eiland onder de maat. In winkels werd je geholpen door (meestal) dames bij wie de verveling van het gezicht spatte. In de horeca slofte de bediening naar je tafel en weer terug naar de bar waaraan ze hangend met de collega’s de dingen van de dag bespraken.

De uitleg die sommige deskundigen er aan gaven was dat mensen een leuke tijd geven, bedienen met een glimlach, te dicht bij het slavernijverleden kwam. Op Aruba was veel minder slavernij en was de bevolking minder belast. Of dat echt de verklaring is valt te betwijfelen, feit is dat je geen succes maakt van het toerisme als je je gasten niet met open armen ontvangt. Tegenwoordig is dat ook op Curaçao doorgedrongen, al zal menigeen vinden dat er nog steeds veel verbeterd kan worden. In tegenstelling tot enkele tientallen jaren gelden is toerisme een belangrijke economische pijler geworden en daar wordt hard aan gewerkt.

Investeringsklimaat
Toch blijft er een probleem met Curaçao. Misschien dat de toerist nu meestal met een glimlach wordt ontvangen, de investeerder vindt nog maar moeizaam zijn weg naar het eiland. Ondernemers, met de Vereniging Bedrijfsleven Curaçao (VBC) voorop, blijven erop hameren dat het investeringsklimaat slecht is. Procedures lopen te traag en vergunningen aanvragen is een kwestie van heel veel geduld. Het is ongetwijfeld goed als daar verandering in komt.

Maar er is veel meer. Het gezaghebbende blad The Economist drukte in een landenrapport over Curaçao onlangs de politiek met de neus op de feiten. Er is geen vertrouwen in de politiek: Curaçao heeft een fragiele coalitieregering. En als men denkt dat de wereld niet weet wat er op dat kleine Curaçao gebeurt, vergeet het maar. In het rapport werden alle gebeurtenissen van de laatste jaren beschreven: van de moord op politicus Helmin Wiels tot aan het geweld zoals de schietpartij op Hato. En dat politici worden verdacht van witwassen of betrokkenheid bij misdaden wordt ook vermeld.

MFK
Een investeerder die dit leest denkt wel twee keer na voor hij zijn geld in dit eiland steekt. De huidige regering mag dan financieel orde op zaken hebben gesteld, veel vertrouwen wekt het niet dat de grootste partij (Pueblo Soberano) op termijn volledige onafhankelijkheid wil. Daar komt nog bij dat om de haverklap rechtszaken worden aangespannen door een partij (MFK) waarvan de leider (Gerrit Schotte) wordt verdacht van witwassen. En de advocaten van diezelfde partij (het kantoor van Sulvaran en Peterson) aan de andere kant op allerlei manieren rechtszaken proberen te ontregelen door wrakingsverzoeken in te blijven dienen. Allemaal politiek gerommel dat binnen de Curaçaose verhoudingen misschien nog begrijpelijk is. Uit het rapport van The Economist blijkt dat dit ook naar buiten gaat. Buitenlandse investeerders die het nog aandurven hun geld op Curaçao te besteden laden al bijna bij voorbaat de verdenking op zich dat ze andere motieven hebben dan winst maken.

Imago
Om nog een keer de vergelijking met Aruba te maken. Daar gaat het echt niet zoveel beter dan op Curaçao. Maar premier Mike Eman draagt uit dat het goed gaat met het eiland en dat zijn regering een eenheid is en vol plannen zit om het nog beter te maken. Het imago van de regering Eman en Aruba is duizend keer beter dan dat van Curaçao. De politici op Curaçao zouden eens beter na moeten denken voor ze weer eens naar de rechter stappen, een minister wegsturen of elkaar de huid volschelden. Kortom, ze moeten wat minder aan zichzelf denken en meer aan de bevolking die zij vertegenwoordigen en aan het imago van Curaçao. Misschien dat dan de investeerders vertrouwen krijgen in het eiland waarvan de politici zeggen dat ze er zoveel van houden.