Categorie archief: Caribisch Nederland

Afscheid van een wespennest

PlasterkMinister Ronald Plasterk van Koninkrijksrelaties, inmiddels al bijna een half jaar demissionair, begint maandag 14 augustus aan zijn afscheidstournee langs de zes Caribische eilanden waarvoor hij de afgelopen bijna vijf jaar de ministeriële verantwoordelijkheid had. Dat wil zeggen: hij was binnen de Nederlandse regering het aanspreekpunt voor zaken die de drie autonome landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten betroffen en coördinerend minister voor de bijzondere gemeenten (openbare lichamen) Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES).

‘De ontwikkelingen in de afgelopen jaren en de samenwerking in het Koninkrijk’. Zo omschrijft de voorlichting het thema van het bezoek. Hoe zou de minister daar aan het begin van zijn ambtsperiode over gedacht hebben en hoe kijkt hij daar nu tegenaan? In interviews geeft hij daar altijd politiek correcte antwoorden op, zoals dat hoort voor een minister. Op de eilanden heeft hij zich niet populair gemaakt, de irritaties Plasterk (Nederland) zijn alleen maar gegroeid. Dat wil niet perse zeggen dat hij het slecht heeft gedaan, maar het idee dat ‘de West’ hem maar matig interesseerde heeft hij niet weg kunnen nemen.

Daar staat tegenover dat de eilanden het hem ook niet gemakkelijk hebben gemaakt om zijn sympathie te winnen. De minister heeft veel over zich heen gekregen. Dat hoort erbij voor een politicus, maar de conclusie dat de verhoudingen alleen maar slechter zijn geworden tussen Nederland en het Caribische wespennest baart wel enige zorg.

Wespennest
Want dat het een wespennest is kun je bijna een ‘fact of life’ noemen. Wat dat betreft zit er ook veel herhaling in de geschiedenis. Er worden afspraken gemaakt, waar Nederland zich niet aan houdt of een eigen interpretatie aan geeft. En soms doen ook de eilanden dat, in ieder geval hebben ze vaak onrealistische verwachtingen. Het patroon is ongeveer als volgt: De verhoudingen worden slechter, waarna ze onder een volgende regering, als we geluk hebben, weer verbeteren.

De constatering dat na 2010 de discussies heftiger zijn geworden roept de vraag op of er toen wel verstandige keuzes zijn gemaakt. Maar zoals professor Gert Oostindie vorige week in het Antilliaans Dagblad zei, de vraag of de staatkundige wijziging van 2010 een gelukkige was is niet meer aan de orde. Voorlopig zal die niet weer veranderen, hoe graag sommige politici op sommige eilanden dat ook zouden willen.

Gebrek aan tact
Heeft Plasterk hierin een bepalende rol gespeeld de afgelopen ruim 4,5 jaar? Vermoedelijk zullen de historici over een tijdje oordelen dat hij misschien niet altijd even handig en tactisch heeft geopereerd, maar dat het uiteindelijk niet veel heeft uitgemaakt. Een andere bewindspersoon had in principe vrijwel steeds dezelfde besluiten genomen. Toch zou iemand met meer hart voor of kennis van de eilanden met meer tact hebben geopereerd en de onvermijdelijke problemen gemakkelijker hebben gladgestreken. Bedenk wel dat Nederland zelden zulke bewindslieden op de post Antilliaanse Zaken en later Koninkrijksrelaties heeft gehad en zelfs die kwamen in aanvaring met de overzeese politici.

Hoewel er nog geen opvolger is voor Plasterk – de formatie in Nederland gaat deze week weer door – kunnen we bij zijn afscheidsreis de balans op maken van de stand van zaken op de zes eilanden in de verhouding met Nederland. Die is niet erg positief. Het kleine Saba is de uitzondering op de regel dat er altijd problemen zijn met Nederland. Wie Saba kent, ziet een aangeharkt, schattig eilandje, het zonnetje in huis. En zo is ook de verhouding met Nederland. Saba ligt als een tevreden snorrende kat in de Caribische zon het hoogste punt van het Koninkrijk te zijn. Nederland is blij met Saba en Saba is meestal tevreden met Nederland. Het eiland heeft ook zijn problemen met armoede en hoge prijzen, maar je hoort zelden kritische opmerkingen.

Hongerstaking
Aruba is nummer 2 als we kijken naar het aantal problemen met Nederland. Onder de huidige AVP-regering van Eman is de verhouding met Nederland over het algemeen goed. Er zijn in de periode Plasterk wel een paar ongelukjes geweest. We herinneren ons de hongerstaking van Mike Eman, omdat Nederland financiële eisen stelde en de gouverneur de begroting niet mocht tekenen. En er was het akkefietje rond de gouverneursbenoeming. In beide gevallen trok Eman aan het kortste eind, al zal hij dat zeker nu in verkiezingstijd niet toegeven, maar als de ruzie eenmaal achter de rug is gaan Aruba en Nederland weer samen verder. Als de MEP de verkiezingen wint kan de nieuwe minister van Koninkrijksrelaties een lastiger partner verwachten.

Het is lastig kiezen tussen Sint Maarten en Curaçao voor de derde plaats. Op beide eilanden zijn problemen geweest de afgelopen jaren. Sint Maarten hangt nog altijd een maatregel boven het hoofd in verband met de door Nederland geëiste integriteitskamer, maar die wetgeving lijkt er nu toch te gaan komen. De regering is er niet erg vriendelijk tegenover Nederland, de roep om onafhankelijkheid – hoe irreëel ook – wordt sterker. Ook was er in 2015 de kwestie rond de regeringswisseling en de verkiezingen. De ontbinding van het parlement door het kabinet Gumbs werd niet door de gouverneur bekrachtigd, omdat er al een nieuwe regering was, maar Gumbs weigerde af te treden.

De gouverneur riep rechters te hulp om een constitutionele crisis te bezweren. Plasterk steunde – achter de schermen – gouverneur Eugene Holiday, maar de verkiezingen kwamen er wel, een half jaar later dan eerst gepland. Bovendien speelt op Sint Maarten de populariteit van Theo Heyliger (UP), die van corruptie wordt verdacht. Na een korte periode in de regering is hij tot opluchting van Nederland weer in de oppositie beland. Maar de verhoudingen tussen Sint Maarten en Nederland blijven wankel.

Schotte
Datzelfde kun je zeggen van Curaçao en Nederland. De parallel tussen Heyliger en Gerrit Schotte (MFK) dringt zich op. Plasterk nam het stokje Koninkrijksrelaties over toen het kabinet Schotte net weg was. Maar de inmiddels in hoger beroep veroordeelde politicus blijft de verhoudingen onder spanning zetten. Toen de MFK na de verkiezingen van 2016 – al dan niet via omkoping – het kabinet Koeiman opblies dreigde ook hier een constitutionele crisis over nieuwe verkiezingen. Plasterk greep in om de verkiezingen door te laten gaan. Hij vertrekt door de uitslag daarvan met een Curaçao dat een stuk vriendelijker voor hem is, maar de weerstand tegen Nederland blijft onderhuids door sudderen. Bij de rechtszaken tegen Schotte en centrale bankpresident Emsley Tromp – nota bene felle opponenten van elkaar – wordt steeds naar Nederland gewezen en wordt er geroepen dat het een door Den Haag gestuurd politiek proces is. Kortom, echt gezellig is het niet tussen Willemstad en Den Haag.

Dan de twee grootste rebellen, al zijn het kleine eilanden. Op Bonaire en Sint Eustatius leven behoorlijk anti-Nederlandse sentimenten. In Kralendijk is het Bestuurscollege Den Haag nog vrij goed gezind, maar het eiland staat op de rand van een coalitiewisseling waarbij de nieuwe combinatie wel eens een heel stuk lastiger kan worden voor Nederland. Maar Plasterk hoeft dat waarschijnlijk niet of nauwelijks meer mee te maken. Hij zal deze week nog vriendelijk worden ontvangen, al is er een beweging (NKBB) die Nederland beschuldigt van rekolonisatie, annexatie en zelfs genocide op de Bonairiaanse bevolking. Hoe serieus dat moet worden genomen is lastig in te schatten, voor onafhankelijkheid zal waarschijnlijk erg weinig steun zijn. Maar Nederland krijgt wel van steeds meer problemen de schuld. Soms terecht (armoede wordt slecht aangepakt), maar de positieve ontwikkelingen worden gemakkelijk genegeerd. Een lastige verhouding dus met Nederland, maar op bestuursniveau is de samenwerking nog goed.

In de aanval
Dat is wel anders op Sint Eustatius, waar de coalitie vol in de aanval gaat op Plasterk en Den Haag met Clyde van Putten voorop. Hij heeft de wet (WolBES) al grotendeels ongelding verklaard en scheldt Plasterk via brieven regelmatig de huid vol. Toen de minister maar niet mee reageerde kreeg hij ook dat voor de voeten geworpen. Het is de vraag in hoeverre het streven naar vergaand zelfbestuur door de bevolking gedragen wordt. De onzinnige dreiging met een gang naar de Verenigde Naties is vooral bedoeld voor de achterban van Van Putten. Maar de sfeer tussen Oranjestad en Den Haag is sowieso ijzig te noemen.

Dat is de erfenis die Plasterk deze week nog een keer in ogenschouw neemt. Ongetwijfeld komen er foto’s met een vriendelijk lachende minister naar buiten te midden van even vriendelijk kijkende gespreksgenoten. Ze verhullen de spanningen die er her en der zijn. Niet uit te sluiten valt dat hij aan het einde van de week opgelucht weer in het vliegtuig stapt, omdat hij deze deur nu kan sluiten. De minister laat een lastige portefeuille achter voor zijn opvolger. Die zal heel wat te stellen krijgen met de zes eilanden in de Caribische zee.

Dit artikel is ook verschenen in het Antilliaans Dagblad van 7 augustus 2017

Advertenties

Persvrijheid

Vrijheid van meningsuiting en persvrijheid, begrippen die zo dicht bij elkaar staan dat ze vaak in één adem worden genoemd. Ze staan bij ‘ons’ hoog in het vaandel als kernwaarden van de democratie. Met ‘ons’ bedoel ik dan de meeste Westerse landen, inclusief de Caribische eilanden van het Koninkrijk. Nederland slaat zichzelf vaak op de borst als bewaker van die vrijheden.

Terecht, zo blijkt uit de vorige week gepubliceerde ranglijst van Reporters without Borders. Nederland staat op de tweede plaats achter Finland. West-Europa heerst in de top 10, waarin verder alleen Costa Rica en Jamaica voorkomen als niet-Europese landen. Jamaica is niet zo verwonderlijk als het lijkt, op het kaartje kleurt het Caribisch gebied licht oranje, wat betekent dat het best wel goed gaat.

De rode en zwarte gebieden, wat duidt op problemen en onderdrukking, liggen in Oost-Europa, Azië en Afrika. Zuid-Amerika valt nog best mee en Suriname scoort zelfs goed met plaats 22. Caribisch Nederland (alle zes eilanden in dit geval) worden niet apart genoemd en vallen blijkbaar onder Nederland. Grote persvrijheid dus.

Is dat laatste terecht? Nee, met de persvrijheid gaat het op de eilanden helemaal niet zo goed. Daarover later meer. Is de tweede plek van Nederland terecht? Daar zijn ook best kritische kanttekeningen bij te plaatsen. Want Turkije (zelf in het rood op de ranglijst) gooit roet in het eten. Ineens blijkt de persvrijheid in Nederland en andere West-Europese landen te beïnvloeden.

Erdogan
Vanwege de vluchtelingendeal met Europa grijpt president Erdogan de kans om ook buiten eigen land de vrijheid te beperken. Buitenlandse kritiek op hem van satirici en columnisten wordt aangepakt en de reacties van met name de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Nederlandse premier Mark Rutte zijn – in mooi Papiaments uitgedrukt – ‘lali lali’. Met de mond wordt weliswaar beleden dat Erdogan niet aan de vrijheid van meningsuiting mag komen, maar echte actie blijft uit. De deal met Turkije mag niet op het spel worden gezet en daarvoor mogen de kernwaarden van de democratie blijkbaar best even opzij worden geschoven.

De Caribische eilanden dan. Er is officieel dezelfde persvrijheid als in Nederland. Maar in de praktijk is de pers zeer beïnvloedbaar. Daarop heeft bijvoorbeeld Transparancy International al gewezen. Sommige media behoren tot een politieke partij. Anderen durven vaak niet kritisch te zijn. Op Aruba moet je met een lantaarntje zoeken naar kritische journalisten, het gros publiceert klakkeloos de juichende persberichten van de regering Eman.

Boycot
Op Curaçao is het niet veel anders, hooguit gevarieerder. Sommige radiostations en kranten worden gefinancierd door politici en vaak hebben ze niet eens een eigen redactie. Dan kun je dus weinig anders dan persberichten zonder nadenken publiceren. En als je dan kritisch bent of een eigen onwelgevallige mening hebt dan wordt je aangepakt. Je wordt geboycot door bewindslieden of andere politici, waardoor je dus geen informatie meer krijgt behalve dan misschien via een persbericht.

Premier Ben Whiteman riep nog niet zo lang gelden met spoed een persconferentie bijeen om een bericht in het Antilliaans Dagblad te weerspreken over het niet verlengen van de huurovereenkomst met PdVSA voor de Isla-raffinaderij, in afwachting van een nieuw aangepast contract. De andere media moesten zijn ontkenning publiceren en die deden dat vrijwel allemaal braaf. Twee weken later zei dezelfde Whiteman overigens op een volgende persconferentie dat het huurcontract met PdVSA niet zou worden verlengd….

Te vriend
Op de kleinschalige eilanden kun je beter iedereen te vriend houden. Dat maakt het niet gemakkelijk voor de pers om onafhankelijk te blijven. Het gevolg van een kritische opstelling is vaak dat je andere bronnen moet zoeken en die zijn dun gezaaid. Kortom, persvrijheid is relatief, want de meeste media willen het risico niet lopen om bronnen kwijt te raken. Als ze al niet tot doel hebben om voor een bepaalde partij spreekbuis te zijn. Dat die persvrijheid nu zelfs in Europa onder druk staat door een Turkse dictator in de dop die te vriend moet worden gehouden stemt niet optimistisch voor de toekomst.

 

Boot 68

Persoonlijk heb ik helemaal niets met de Canal Parade, zoals die afgelopen zaterdag in Amsterdam voor de twintigste keer gehouden werd. Ik vind het maar een overdreven gedoe. Nou hou ik helemaal niet van grote mensenmassa’s en dit jaar was de Canal Parade een van de drukste ooit, dus ik heb een excuus. Maar los daarvan begrijp ik niet waarom er een apart soort homoseksuele carnavalsvariant moet zijn. Ik ga ervan uit dat je iedereen in zijn waarde moet laten, iedereen zichzelf moet laten zijn. Wie je ook bent, welke seksuele geaardheid, afkomst of huidskleur je ook hebt. Artikel 1 van de Grondwet. Dat hebben we zo afgesproken.

De Canal Parade, en meer in het algemeen Gay Pride, is dus niet nodig. Als we de Grondwet zouden naleven. En Amsterdam was toch altijd al gay-friendly, al valt daar wel wat op af te dingen tegenwoordig. Dit jaar deed er een Koninkrijksboot mee. Voor het eerst, zo wordt gezegd. En met succes: ‘Boot 68’ won meteen de eerste prijs. Overigens hebben er al eerder boten meegevaren met Caribische homo’s en lesbiennes (of nog breder LHBTI). Maar dit keer hebben de belangenorganisaties van de Caribische eilanden in het Koninkrijk de handen echt ineen geslagen. Dat is volgens de organisatoren nodig, omdat er grote verschillen bestaan tussen de rechten voor homoseksuelen in de verschillende delen van het Koninkrijk.

Weggepest
Ik moest afgelopen week denken aan Charlene Oduber. De Arubaanse die tien jaar geleden met haar Nederlandse vrouw naar haar geboorte-eiland kwam om samen een mooie toekomst op te bouwen. Dat plan mislukte, want hun huwelijk werd niet erkend op Aruba en haar geaardheid werd niet getolereerd. Het stel werd van het eiland weggepest en hun huwelijk overleefde dat niet. Ik moest aan haar denken toen het Arubaanse Statenlid Desiree Croes (gehuwd met een vrouw) de verwachting uitsprak dat het geregistreerd partnerschap voor stellen van gelijk geslacht snel ingevoerd zal worden op Aruba. Dat is tien jaar later, slechts tien jaar later.

Ik ben benieuwd wat het succes van de Koninkrijksboot gaat betekenen voor de acceptatie van (laten we het simpel houden) homoseksuelen op de eilanden. Ongetwijfeld stromen de felicitaties binnen van trotse politici en partijbonzen van die eilanden. Als er ergens ter wereld een Caribische miss in de top 10 eindigt van een of andere onbenullige competitie dan stromen de felicitaties ook binnen. Maar gaat het Curaçaose Statenlid Winnie Raveneau, die bekend staat om haar homohaat, nu een afkeurend persbericht rondsturen? Of houd ze wijselijk haar mond en kan die succesvolle Koninkrijksboot (en de Canal Parade) toch zorgen voor een doorbraak?

Boegbeeld
Ik vrees dat de negatieve sentimenten over homoseksualiteit nog wel even zullen blijven op de zes eilanden. Een prominent boegbeeld, dat werkt blijkbaar. Zoals Croes, maar ook Gay Pride kan daarbij helpen. Een paar jaar geleden werd een Curaçaose versie van het homo-evenement nog tegengewerkt, nu wordt het (voorzichtig) getolereerd. En – toegegeven – de Canal Parade kan hier ook een functie in hebben. De drempel om op zo’n boot te stappen is relatief laag en dat kan zelfs een heteroseksueel boegbeeld zijn uit solidariteit met de homogemeenschap. Bijvoorbeeld een minister, al trok de Curaçaose Gevolmachtigde minister zich dit jaar toch nog op het laatste moment terug. Dus ook al heb ik niet zo veel met de Canal Parade, laat hem toch nog maar even voortbestaan, inclusief de Koninkrijksboot. Tot ook in alle Caribische delen van het Koninkrijk de homoseksuelen voor normaal worden aangezien. Misschien dat we Boot 68 dan over tien jaar in het museum kunnen zetten.

Elkander bijstaan

Vandaag, 15 december, is het Koninkrijksdag. We vieren dat het Statuut 60 jaar bestaat. Koning Willem-Alexander doet dat door het koninkrijksconcert in Amsterdam bij te wonen. Op de Fokkerweg op Curaçao staat een monument, dat in de volksmond autonomiemonument heet. Aan de overkant begint de Rijkseenheidboulevard. Het monument is de afgelopen weken opnieuw in de verf gezet en de wegen eromheen zijn weer netjes gemaakt.

,,Steunend op eigen kracht, doch met de wil elkander bij te staan”, staat er op dat monument. Een uitspraak van koningin Wilhelmina uit de Tweede Wereldoorlog, die gezien wordt als het begin van de Nederlandse dekolonisatie. Op 15 december 1954 werd het Statuut door koningin Juliana ondertekend.

Uitvliegende vogels
Het monument is een nest met zes uitvliegende vogels. De zes eilanden van de toenmalige Nederlandse Antillen. Het symboliseert de dekolonisatie, want de Antillen kregen zelfbestuur en het monument kreeg een symbolische plek, namelijk op een drukke rotonde waar iedereen wel eens gebruik van moest maken. Ruim 30 jaar geleden werd er een nieuwe weg aangelegd, waardoor de rotonde zijn functie verloor. Het monument staat er nu een beetje verloren bij. Je komt er alleen als je toevallig in een van de nabijgelegen kantoren moet zijn. Ook dat is, hoewel ongewild, symbolisch. Het Statuut wordt inmiddels door zo’n beetje iedereen verguisd.

Drie van de zes vogels zijn door moedervogel Nederland onder de vleugels genomen, maar ze voelen zich er niet echt bij horen. De drie andere vogels zijn half uitgevlogen, maar voelen zich juist betutteld, omdat ze steeds te horen krijgen dat ze het niet goed doen. Sinds 2010 volgen de aanwijzingen elkaar op. Zelfs het braafste jongetje van de klas, Aruba, moest er aan geloven. Het gevoel neemt toe dat Nederland liever van het kroost af wil, maar Den Haag kan dat niet alleen beslissen. Dus worden de eilanden maar een beetje gepest tot ze er misschien zelf genoeg van krijgen. ‘Eén telefoontje is genoeg’ is een inmiddels bekende uitspraak van de Nederlandse premier.

Neokoloniaal
Op de eilanden wordt Nederlandse bemoeienis als een juk ervaren, volgens sommigen zelfs als neokoloniaal. Maar is er nog een alternatief voor een van de partijen? Een Gemenebestmodel is onlangs nog besproken in de Tweede Kamer, maar dat lijkt een manier voor de initiatiefnemers om de handen grotendeels van de eilanden af te kunnen trekken. De enige manier voor de eilanden om Den Haag af te schudden is volledige onafhankelijkheid, ooit de bedoeling van dat nest met zes uitvliegende vogels. Die beweging is in ieder geval op Curaçao de laatste jaren sterker geworden, maar een meerderheid is er niet voor. Dat lijkt ook onverstandig, want hoezeer Nederland ook lastig is, het Koninkrijksverband biedt zoveel voordelen dat we op de eilanden het nog altijd beter hebben dan veel andere Caribische landen. En voor ingrijpende veranderingen moet het Statuut worden aangepast. En dat kost vele jaren van praten en masseren, dat hebben we gezien in de aanloop naar de wijzigingen van 2010. Het Statuut is dus, zoals dat vaak wordt gezegd, voor beide zijden van de oceaan een knellend verband.

De conclusie is dat we vandaag met zijn allen Koninkrijksdag vieren ter ere van het 60-jarige Statuut. Een gedrocht misschien, maar we hebben niks beters. Dus glimlachen we vandaag als een heleboel boeren met kiespijn. Cadeautjes vanwege deze verjaardag hoeven we zeker niet te verwachten. Burgers in Nederland zal het, als ze er al iets van meekrijgen, worst wezen. En aan deze kant van de oceaan vieren we het met een korte ceremonie en misschien een dagje op het strand. Maar voor de meeste mensen op Curaçao is het gewoon weer een werkdag.

Bewonderen
Het monument is mooi opgeknapt, de wegen zijn weer netjes geasfalteerd. Maar met de wil om elkaar bij te staan is het niet goed gesteld. Die is er alleen nog omdat het Statuut dat afdwingt. Maar deze zes vogels mogen nog lang blijven staan, want ze verdienen het om af en toe weer eens bewonderd te worden, door ons als eilandbewoners en door de politici, op de eilanden en in Den Haag.

Dit artikel is een bewerkte versie van een column die op 13 december 2014 werd uitgezonden door radiostation ParadiseFM op Curaçao en werd ook gepubliceerd in het Antilliaans Dagblad.

Koninkrijksrelaties bananenschil voor Plasterk?

PlasterkMinister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ternauwernood staande gebleven in de afluisteraffaire. Politiek verslagever Ron Fresen zei in het NOS Journaal, terwijl het debat nog gaande was, dat de minister het mogelijk zou overleven omdat hij niet eerder fouten had gemaakt. Daar kunnen we een paar interessante conclusies uit trekken, zoals dat voor de NOS en politiek Den Haag Koninkrijksrelaties kennelijk niet meetelt.

Fresen verwees met zijn opmerking onder andere naar Frans Weekers, die kort daarvoor was afgetreden als staatssecretaris van Financiën. Weekers had al eerder problemen met de Tweede Kamer en bovendien stuntelde hij zich door het uiteindelijke fatale debat heen.

Gedoogoppositie
Plasterk profiteerde daarvan, want de coalitie van VVD en PvdA kon zich geen nieuw slachtoffer in het kabinet veroorloven. Dan zou bijvoorbeeld de zo broodnodige steun van wat inmiddels de gedoogoppositie heet (D66, ChristenUnie en SGP) wel eens in gevaar kunnen komen. Want wie steunt graag een kabinet dat bezig is uit elkaar te vallen?

Daarnaast is Plasterk in tegenstelling tot Weekers een goed debater. Zijn optreden wekt geen irritatie bij de Tweede Kamer. Als hij maar diep genoeg door het stof zou gaan, zou het debat kunnen overleven, aldus Fresen. Want het was dus voor hem de eerste keer.

Achtergehouden
En daar zit hem de kneep. Het was voor Plasterk namelijk niet zijn eerste fout. Het Antilliaans Dagblad onthulde een paar dagen voor het ‘afluisterdebat’ dat de minister een zeer kritisch rapport over zijn beleid op de BES-eilanden had achtergehouden. En de aanbevelingen in dat rapport heeft hij terzijde geschoven. Zo bleef Rijksvertegenwoordiger Wilbert Stolte aan, terwijl in het rapport wordt aangedrongen op zijn vertrek.

Minister Plasterk kent het rapport al sinds november, maar stuurde het pas na publicatie in het Antilliaans Dagblad naar de Kamer. Dat lijkt toch verdacht veel op de ‘politieke doodzonde’ die de oppositie in de Tweede Kamer hem verweet in het afluisterschandaal. De minister onthield de Kamer de juiste informatie tot hij er niet meer onderuit kon vanwege andere publiciteit, in dit geval een rechtszaak. Zijn argument dat het BES-rapport nog niet was doorgestuurd omdat er een vervolg komt klinkt wat flauw.

Waarom heeft de Tweede Kamer genegeerd dat de minister twee keer in de fout is gegaan? Daarmee zou de oppositie met de motie van wantrouwen veel sterker hebben gestaan. Waarschijnlijk is dit niet gebeurd omdat de Kamerleden Koninkrijksrelaties niet op het netvlies hebben. Nu Plasterk het debat heeft overleefd komt de kritiek vanwege het BES-rapport pas los. D66 heeft alsnog  vragen gesteld.

Bananenschil
Het is afwachten of minister Plasterk alsnog onderuit gaat over de bananenschil Koninkrijksrelaties, maar veel kans daarop is er niet. Dit onderdeel van zijn portefeuille leeft gewoon niet in politiek Nederland. En dat is ook voor de BES-eilanden (en ook voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten) een trieste conclusie. Ze zijn niet belangrijk genoeg om serieus genomen te worden en dat betekent dat ze ook in de toekomst weinig van Den Haag mogen verwachten.

Ondanks warmte koning is toekomst Koninkrijk in gevaar

Koninklijk bezoek Sint MaartenTerwijl koning Willem-Alexander opnieuw laat blijken gehecht te zijn aan de Caribische delen van het Koninkrijk doen politici ogenschijnlijk hun best goede verhoudingen onmogelijk te maken. In Nederland en op zeker vier van de zes eilanden lijkt er weinig zicht op politieke rust. En daarmee komt de toekomst van het Koninkrijk zoals het nu is in gevaar.

Laten we beginnen met het goede nieuws. Veel media signaleerden bij het bezoek van de koning aan Sint Maarten dat Willem-Alexander een duidelijke andere toon aansloeg dan premier Rutte eerder dit jaar. De vorst verwacht geen telefoontjes voor onafhankelijkheid, maar een langdurige vruchtbare samenwerking. En op Bonaire kwam hij zijn belofte na om opnieuw in gesprek te gaan met ontevreden burgers.

Rust
Nog meer goed nieuws op Saba en Aruba. Daar lijkt alles rustig, al moet daarbij worden aangetekend dat de Arubaanse regering-Eman dan wel snel de financiële situatie onder controle moet krijgen. Want als de tekorten oplopen dan zal het op een gegeven moment toch gedaan zijn met de rust. Op Saba zijn er ook klachten over prijsstijgingen sinds 10-10-10, maar erg ontevreden met de aansluiting bij Nederland lijkt men daar niet te zijn.

Dan de problemen. Tijdens het koninklijk bezoek is het feest op Sint Eustatius, maar de problemen zijn groot. Om maar wat te noemen: er is relatief veel armoede en het onderwijs heeft een behoorlijke kwaliteitsimpuls nodig. Het is onwaarschijnlijk dat Den Haag dit op gaat lossen en de politiek op Statia is zo gefragmenteerd, dat er nauwelijks sprake is van een stabiel bestuur. Dat belooft weinig goeds voor de toekomst.

Onafhankelijk?
De problemen op Sint Maarten werden tijdens het koninklijk bezoek nog eens breed uitgemeten door de (Nederlandse) media. Koning Willem-Alexander benadrukte dan wel de vooruitgang, de verhoudingen met Nederland zijn op dit moment gewoon slecht. De invloed van corruptie op de samenleving en de politiek is groot, zo is afgelopen jaar weer eens gebleken. Of goedwillende politici die schade kunnen repareren is de vraag. In Nederland neemt het aantal politici dat wel van het eiland af zou willen toe en op Sint Maarten zelf hebben veel mensen de buik ook vol van Nederland. Dus toch richting onafhankelijkheid? Het zou waarschijnlijk een ramp zijn voor het eiland.

Dat laatste geldt natuurlijk voor alle eilanden. Zonder de paraplu van het Koninkrijk zullen de economie en de welvaart een duikvlucht nemen. Koning Willem-Alexander mag dan oor hebben voor ontevreden inwoners van Bonaire, hij kan niks voor ze doen. Hun eigen politici zijn ook van een twijfelachtig niveau; ze vechten meer tegen elkaar dan voor hun eiland. Vanuit Den Haag komt ook al weinig goed nieuws. Minister Plasterk van Koninkrijksrelaties mag dan trots melden dat er zoveel vooruitgang is geboekt sinds 10-10-10, de boodschappen worden er niet goedkoper van. En zelfs het onderwijs – waar de minister graag over zegt dat het zoveel beter is geworden – protesteerde tijdens het koninklijk bezoek, omdat het volgend jaar onvoldoende geld heeft om de kwaliteit te handhaven.

Schone schijn
En dan Curaçao. Sinds het vertrek van het kabinet-Schotte vindt Nederland dat het veel beter gaat. Maar dat is schone schijn. Dat was misschien zo tijdens de interim-kabinetten van Betrian en Hodge, met Ivar Asjes aan het roer steken zoetjesaan de problemen weer de kop op. De gevolmachtigde minister lijkt met haar cv geknoeid te hebben en wordt beschuldigd van vriendjespolitiek. De minister van Justitie ligt onder vuur, de minister van Onderwijs is al vertrokken zonder dat er een opvolger is en binnen de coalitie zijn de eerste spanningen al naar buiten gekomen. Bovendien speelt Schotte nog steeds een rol, nu zelfs op twee fronten met zijn partij en een hervormingsbeweging.

Daar komt nog bij dat de huidige premier twee jaar geleden als Statenvoorzitter met duidelijk kenbaar gemaakte tegenzin koningin Beatrix op Curaçao ontving. Zijn partij streeft naar onafhankelijkheid, ook al was de vermoorde partijleider Helmin Wiels realistisch genoeg om daar geen termijn bij te noemen. De vraag is of Asjes inmiddels van menig veranderd is en echt graag premier is onder deze koning.

Uit elkaar
Binnenkort worden de staatkundige verhoudingen in het Koninkrijk geëvalueerd. Het is de vraag hoe dat vorm gaat krijgen en wat het resultaat zal zijn. Weer nieuwe veranderingen? Dat kan bijna niet. Toch zal er iets gedaan moeten worden om bijvoorbeeld de bevolking van Bonaire tegemoet te komen. Een aanzienlijk deel van de bevolking wil een nieuw referendum. Wat zullen dan de vragen zijn? Hoe dan ook zal het blijven rommelen in het Koninkrijk. Het gevaar dreigt dat het op een gegeven moment toch uit elkaar valt. Met alle gevolgen van dien, vooral voor die zes Caribische eilanden die deze dagen de koning zo warm hebben ontvangen.

Moraalridder Nederland zit vast in het moeras

Arm Nederland. Ooit zat het land hoog te paard en leerde andere landen de les. Nederland was het gidsland waar andere landen een voorbeeld aan moesten nemen. Het land etaleerde trots zijn tolerantie en deugdzaamheid. Wat is daar anno 2013 nog van over? Den Haag durft alleen de Caribische delen van het Koninkrijk nog terecht te wijzen.

Arm Nederland. Ooit werden andere culturen en andere meningen gerespecteerd. Niemand stoorde zich aan de ander. Nergens ging zoveel geld naar ontwikkelingshulp en nergens waren minderheden zo welkom. Tegenwoordig maakt Nederland het asielzoekers, migranten en zelfs rijksgenoten het zo moeilijk mogelijk. De Bosmanwet is de zoveelste poging om inwoners van de Caribische rijksdelen te kunnen weren.

Arm Nederland. In de politiek verschilde men ooit beleefd met elkaar van mening. Er werd neergekeken op landen waar populisten voet aan de grond kregen, zoals in België, Frankrijk en Oostenrijk. Dat zou in Nederland nooit gebeuren. De Centrumpartij van Janmaat was een kansloze uitwas van rare figuren en werd weggehoond. Tegenwoordig regeert de onderbuik.

Nederland is veranderd. Met de opkomst van Pim Fortuyn – en vooral Geert Wilders – kregen brede lagen van de bevolking een stem, die eerder niet werd gehoord of werd genegeerd. De ‘oude’ politiek paste zich snel aan. In veel traditionele partijen leven nu sentimenten waarvoor Janmaat zich geschaamd zou hebben.

Nederland is veranderd. We hoorden een premier terugverlangen naar de VOC-mentaliteit. En de premier van nu zegt dat Zwarte Piet ‘nu eenmaal zwart is’. Een wethouder van een grote Nederlandse stad suggereert als oplossing in de discussie over Zwarte Piet dat die figuur volgend jaar wel bruin kan worden. Weet zo’n man eigenlijk wel waar de discussie over gaat?

Nederland is veranderd. Respect voor elkaars mening is ver te zoeken. Een eenzame donkere vrouw die toevallig voor iets heel anders demonstreert wordt bijna gelyncht door een groep pro-Zwarte Piet demonstranten. Een bekende witte zangeres krijgt op Facebook de meest verschrikkelijke verwensingen naar haar hoofd geslingerd omdat ze zich tegen Zwarte Piet durft uit te spreken. Om maar niet te spreken van een – weliswaar slecht geïnformeerde – VN-vertegenwoordigster die het hele Sinterklaasfeest wil afschaffen.

Nederland is veranderd. De Organisatie voor Europese Samenwerking zet Nederland op de derde plaats van Europese landen die discrimineren. De Raad van Europa constateert dat Nederland te weinig doet tegen racisme. En noemt de Bosmanwet een voorbeeld van ongelijke behandeling op grond van etniciteit. Nederland is diverse keren op de vingers getikt over de behandeling van asielzoekers en migranten. De Nationale Ombudsman constateert dat ‘het politieke tij in Nederland racistisch is’. Hoe ver kun je zakken in dit moeras?

Het Nederland van nu is geen voorbeeldland meer. Maar eigenlijk is dat niets nieuws. De dekolonisatie ging keer op keer mis. Ook de laatste stap in dit proces is weer geen succes. Drie Caribische eilandjes worden stiefmoederlijk behandeld, nu ze onderdeel van Nederland zijn geworden. En de autonome rijksdelen worden tot de orde geroepen. Soms is daar best aanleiding toe, want ze maken er regelmatig een potje van. Maar Nederland krijgt steeds meer boter op het hoofd. De moraalridders van voorheen zingen internationaal inmiddels een toontje lager. De geloofwaardigheid van Den Haag als bewaker van de goede politieke zeden in het Koninkrijk wordt ook steeds verder aangetast.