Categorie archief: Aruba

Afscheid van een wespennest

PlasterkMinister Ronald Plasterk van Koninkrijksrelaties, inmiddels al bijna een half jaar demissionair, begint maandag 14 augustus aan zijn afscheidstournee langs de zes Caribische eilanden waarvoor hij de afgelopen bijna vijf jaar de ministeriële verantwoordelijkheid had. Dat wil zeggen: hij was binnen de Nederlandse regering het aanspreekpunt voor zaken die de drie autonome landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten betroffen en coördinerend minister voor de bijzondere gemeenten (openbare lichamen) Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES).

‘De ontwikkelingen in de afgelopen jaren en de samenwerking in het Koninkrijk’. Zo omschrijft de voorlichting het thema van het bezoek. Hoe zou de minister daar aan het begin van zijn ambtsperiode over gedacht hebben en hoe kijkt hij daar nu tegenaan? In interviews geeft hij daar altijd politiek correcte antwoorden op, zoals dat hoort voor een minister. Op de eilanden heeft hij zich niet populair gemaakt, de irritaties Plasterk (Nederland) zijn alleen maar gegroeid. Dat wil niet perse zeggen dat hij het slecht heeft gedaan, maar het idee dat ‘de West’ hem maar matig interesseerde heeft hij niet weg kunnen nemen.

Daar staat tegenover dat de eilanden het hem ook niet gemakkelijk hebben gemaakt om zijn sympathie te winnen. De minister heeft veel over zich heen gekregen. Dat hoort erbij voor een politicus, maar de conclusie dat de verhoudingen alleen maar slechter zijn geworden tussen Nederland en het Caribische wespennest baart wel enige zorg.

Wespennest
Want dat het een wespennest is kun je bijna een ‘fact of life’ noemen. Wat dat betreft zit er ook veel herhaling in de geschiedenis. Er worden afspraken gemaakt, waar Nederland zich niet aan houdt of een eigen interpretatie aan geeft. En soms doen ook de eilanden dat, in ieder geval hebben ze vaak onrealistische verwachtingen. Het patroon is ongeveer als volgt: De verhoudingen worden slechter, waarna ze onder een volgende regering, als we geluk hebben, weer verbeteren.

De constatering dat na 2010 de discussies heftiger zijn geworden roept de vraag op of er toen wel verstandige keuzes zijn gemaakt. Maar zoals professor Gert Oostindie vorige week in het Antilliaans Dagblad zei, de vraag of de staatkundige wijziging van 2010 een gelukkige was is niet meer aan de orde. Voorlopig zal die niet weer veranderen, hoe graag sommige politici op sommige eilanden dat ook zouden willen.

Gebrek aan tact
Heeft Plasterk hierin een bepalende rol gespeeld de afgelopen ruim 4,5 jaar? Vermoedelijk zullen de historici over een tijdje oordelen dat hij misschien niet altijd even handig en tactisch heeft geopereerd, maar dat het uiteindelijk niet veel heeft uitgemaakt. Een andere bewindspersoon had in principe vrijwel steeds dezelfde besluiten genomen. Toch zou iemand met meer hart voor of kennis van de eilanden met meer tact hebben geopereerd en de onvermijdelijke problemen gemakkelijker hebben gladgestreken. Bedenk wel dat Nederland zelden zulke bewindslieden op de post Antilliaanse Zaken en later Koninkrijksrelaties heeft gehad en zelfs die kwamen in aanvaring met de overzeese politici.

Hoewel er nog geen opvolger is voor Plasterk – de formatie in Nederland gaat deze week weer door – kunnen we bij zijn afscheidsreis de balans op maken van de stand van zaken op de zes eilanden in de verhouding met Nederland. Die is niet erg positief. Het kleine Saba is de uitzondering op de regel dat er altijd problemen zijn met Nederland. Wie Saba kent, ziet een aangeharkt, schattig eilandje, het zonnetje in huis. En zo is ook de verhouding met Nederland. Saba ligt als een tevreden snorrende kat in de Caribische zon het hoogste punt van het Koninkrijk te zijn. Nederland is blij met Saba en Saba is meestal tevreden met Nederland. Het eiland heeft ook zijn problemen met armoede en hoge prijzen, maar je hoort zelden kritische opmerkingen.

Hongerstaking
Aruba is nummer 2 als we kijken naar het aantal problemen met Nederland. Onder de huidige AVP-regering van Eman is de verhouding met Nederland over het algemeen goed. Er zijn in de periode Plasterk wel een paar ongelukjes geweest. We herinneren ons de hongerstaking van Mike Eman, omdat Nederland financiële eisen stelde en de gouverneur de begroting niet mocht tekenen. En er was het akkefietje rond de gouverneursbenoeming. In beide gevallen trok Eman aan het kortste eind, al zal hij dat zeker nu in verkiezingstijd niet toegeven, maar als de ruzie eenmaal achter de rug is gaan Aruba en Nederland weer samen verder. Als de MEP de verkiezingen wint kan de nieuwe minister van Koninkrijksrelaties een lastiger partner verwachten.

Het is lastig kiezen tussen Sint Maarten en Curaçao voor de derde plaats. Op beide eilanden zijn problemen geweest de afgelopen jaren. Sint Maarten hangt nog altijd een maatregel boven het hoofd in verband met de door Nederland geëiste integriteitskamer, maar die wetgeving lijkt er nu toch te gaan komen. De regering is er niet erg vriendelijk tegenover Nederland, de roep om onafhankelijkheid – hoe irreëel ook – wordt sterker. Ook was er in 2015 de kwestie rond de regeringswisseling en de verkiezingen. De ontbinding van het parlement door het kabinet Gumbs werd niet door de gouverneur bekrachtigd, omdat er al een nieuwe regering was, maar Gumbs weigerde af te treden.

De gouverneur riep rechters te hulp om een constitutionele crisis te bezweren. Plasterk steunde – achter de schermen – gouverneur Eugene Holiday, maar de verkiezingen kwamen er wel, een half jaar later dan eerst gepland. Bovendien speelt op Sint Maarten de populariteit van Theo Heyliger (UP), die van corruptie wordt verdacht. Na een korte periode in de regering is hij tot opluchting van Nederland weer in de oppositie beland. Maar de verhoudingen tussen Sint Maarten en Nederland blijven wankel.

Schotte
Datzelfde kun je zeggen van Curaçao en Nederland. De parallel tussen Heyliger en Gerrit Schotte (MFK) dringt zich op. Plasterk nam het stokje Koninkrijksrelaties over toen het kabinet Schotte net weg was. Maar de inmiddels in hoger beroep veroordeelde politicus blijft de verhoudingen onder spanning zetten. Toen de MFK na de verkiezingen van 2016 – al dan niet via omkoping – het kabinet Koeiman opblies dreigde ook hier een constitutionele crisis over nieuwe verkiezingen. Plasterk greep in om de verkiezingen door te laten gaan. Hij vertrekt door de uitslag daarvan met een Curaçao dat een stuk vriendelijker voor hem is, maar de weerstand tegen Nederland blijft onderhuids door sudderen. Bij de rechtszaken tegen Schotte en centrale bankpresident Emsley Tromp – nota bene felle opponenten van elkaar – wordt steeds naar Nederland gewezen en wordt er geroepen dat het een door Den Haag gestuurd politiek proces is. Kortom, echt gezellig is het niet tussen Willemstad en Den Haag.

Dan de twee grootste rebellen, al zijn het kleine eilanden. Op Bonaire en Sint Eustatius leven behoorlijk anti-Nederlandse sentimenten. In Kralendijk is het Bestuurscollege Den Haag nog vrij goed gezind, maar het eiland staat op de rand van een coalitiewisseling waarbij de nieuwe combinatie wel eens een heel stuk lastiger kan worden voor Nederland. Maar Plasterk hoeft dat waarschijnlijk niet of nauwelijks meer mee te maken. Hij zal deze week nog vriendelijk worden ontvangen, al is er een beweging (NKBB) die Nederland beschuldigt van rekolonisatie, annexatie en zelfs genocide op de Bonairiaanse bevolking. Hoe serieus dat moet worden genomen is lastig in te schatten, voor onafhankelijkheid zal waarschijnlijk erg weinig steun zijn. Maar Nederland krijgt wel van steeds meer problemen de schuld. Soms terecht (armoede wordt slecht aangepakt), maar de positieve ontwikkelingen worden gemakkelijk genegeerd. Een lastige verhouding dus met Nederland, maar op bestuursniveau is de samenwerking nog goed.

In de aanval
Dat is wel anders op Sint Eustatius, waar de coalitie vol in de aanval gaat op Plasterk en Den Haag met Clyde van Putten voorop. Hij heeft de wet (WolBES) al grotendeels ongelding verklaard en scheldt Plasterk via brieven regelmatig de huid vol. Toen de minister maar niet mee reageerde kreeg hij ook dat voor de voeten geworpen. Het is de vraag in hoeverre het streven naar vergaand zelfbestuur door de bevolking gedragen wordt. De onzinnige dreiging met een gang naar de Verenigde Naties is vooral bedoeld voor de achterban van Van Putten. Maar de sfeer tussen Oranjestad en Den Haag is sowieso ijzig te noemen.

Dat is de erfenis die Plasterk deze week nog een keer in ogenschouw neemt. Ongetwijfeld komen er foto’s met een vriendelijk lachende minister naar buiten te midden van even vriendelijk kijkende gespreksgenoten. Ze verhullen de spanningen die er her en der zijn. Niet uit te sluiten valt dat hij aan het einde van de week opgelucht weer in het vliegtuig stapt, omdat hij deze deur nu kan sluiten. De minister laat een lastige portefeuille achter voor zijn opvolger. Die zal heel wat te stellen krijgen met de zes eilanden in de Caribische zee.

Dit artikel is ook verschenen in het Antilliaans Dagblad van 7 augustus 2017

Advertenties

Persvrijheid

Vrijheid van meningsuiting en persvrijheid, begrippen die zo dicht bij elkaar staan dat ze vaak in één adem worden genoemd. Ze staan bij ‘ons’ hoog in het vaandel als kernwaarden van de democratie. Met ‘ons’ bedoel ik dan de meeste Westerse landen, inclusief de Caribische eilanden van het Koninkrijk. Nederland slaat zichzelf vaak op de borst als bewaker van die vrijheden.

Terecht, zo blijkt uit de vorige week gepubliceerde ranglijst van Reporters without Borders. Nederland staat op de tweede plaats achter Finland. West-Europa heerst in de top 10, waarin verder alleen Costa Rica en Jamaica voorkomen als niet-Europese landen. Jamaica is niet zo verwonderlijk als het lijkt, op het kaartje kleurt het Caribisch gebied licht oranje, wat betekent dat het best wel goed gaat.

De rode en zwarte gebieden, wat duidt op problemen en onderdrukking, liggen in Oost-Europa, Azië en Afrika. Zuid-Amerika valt nog best mee en Suriname scoort zelfs goed met plaats 22. Caribisch Nederland (alle zes eilanden in dit geval) worden niet apart genoemd en vallen blijkbaar onder Nederland. Grote persvrijheid dus.

Is dat laatste terecht? Nee, met de persvrijheid gaat het op de eilanden helemaal niet zo goed. Daarover later meer. Is de tweede plek van Nederland terecht? Daar zijn ook best kritische kanttekeningen bij te plaatsen. Want Turkije (zelf in het rood op de ranglijst) gooit roet in het eten. Ineens blijkt de persvrijheid in Nederland en andere West-Europese landen te beïnvloeden.

Erdogan
Vanwege de vluchtelingendeal met Europa grijpt president Erdogan de kans om ook buiten eigen land de vrijheid te beperken. Buitenlandse kritiek op hem van satirici en columnisten wordt aangepakt en de reacties van met name de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Nederlandse premier Mark Rutte zijn – in mooi Papiaments uitgedrukt – ‘lali lali’. Met de mond wordt weliswaar beleden dat Erdogan niet aan de vrijheid van meningsuiting mag komen, maar echte actie blijft uit. De deal met Turkije mag niet op het spel worden gezet en daarvoor mogen de kernwaarden van de democratie blijkbaar best even opzij worden geschoven.

De Caribische eilanden dan. Er is officieel dezelfde persvrijheid als in Nederland. Maar in de praktijk is de pers zeer beïnvloedbaar. Daarop heeft bijvoorbeeld Transparancy International al gewezen. Sommige media behoren tot een politieke partij. Anderen durven vaak niet kritisch te zijn. Op Aruba moet je met een lantaarntje zoeken naar kritische journalisten, het gros publiceert klakkeloos de juichende persberichten van de regering Eman.

Boycot
Op Curaçao is het niet veel anders, hooguit gevarieerder. Sommige radiostations en kranten worden gefinancierd door politici en vaak hebben ze niet eens een eigen redactie. Dan kun je dus weinig anders dan persberichten zonder nadenken publiceren. En als je dan kritisch bent of een eigen onwelgevallige mening hebt dan wordt je aangepakt. Je wordt geboycot door bewindslieden of andere politici, waardoor je dus geen informatie meer krijgt behalve dan misschien via een persbericht.

Premier Ben Whiteman riep nog niet zo lang gelden met spoed een persconferentie bijeen om een bericht in het Antilliaans Dagblad te weerspreken over het niet verlengen van de huurovereenkomst met PdVSA voor de Isla-raffinaderij, in afwachting van een nieuw aangepast contract. De andere media moesten zijn ontkenning publiceren en die deden dat vrijwel allemaal braaf. Twee weken later zei dezelfde Whiteman overigens op een volgende persconferentie dat het huurcontract met PdVSA niet zou worden verlengd….

Te vriend
Op de kleinschalige eilanden kun je beter iedereen te vriend houden. Dat maakt het niet gemakkelijk voor de pers om onafhankelijk te blijven. Het gevolg van een kritische opstelling is vaak dat je andere bronnen moet zoeken en die zijn dun gezaaid. Kortom, persvrijheid is relatief, want de meeste media willen het risico niet lopen om bronnen kwijt te raken. Als ze al niet tot doel hebben om voor een bepaalde partij spreekbuis te zijn. Dat die persvrijheid nu zelfs in Europa onder druk staat door een Turkse dictator in de dop die te vriend moet worden gehouden stemt niet optimistisch voor de toekomst.

 

Shimaguni konjou

Foto’s van de Arubaanse premier Mike Eman die namens het Koninkrijk der Nederlanden de Verenigde Naties toespreekt gaan de wereld rond. De hele wereld weet dat Patrick Kluivert met de Curaçaose voetballers Cuba heeft verslagen. Die indruk kan ontstaan als u op onze eilanden leeft en de lokale media volgt.

Eilandbewoners zijn anders dan bewoners van het vasteland. Die stelling verzin ik niet zelf, dat is terug te vinden in onderzoeken. Wonen op een eiland maakt dat je de wereld anders ziet. Vaak wordt gezegd dat dit de oorzaak is van de eigenzinnigheid van de Engelsen. Die wonen op een weliswaar groot eiland, maar een eiland blijft het. De overkant, het vasteland noemen ze Europa, alsof ze daar zelf geen deel van uitmaken.

Shimaguni konjou
Wonen op een eiland betekent dat je in meer of mindere mate geïsoleerd leeft, ook al is het vasteland in het geval van de Engelsen met het blote oog zichtbaar. De Japanners hebben daar zelfs een term voor, die op Curaçao niet helemaal netjes klinkt, maar toch onschuldig is: ‘shimaguni konjou’. Dat laatste woord betekent ‘karakter’, het eerste ‘eiland’. De term laat zich vertalen als ‘mentaliteit van eilandbewoners’, waarmee het unieke karakter van Japan wordt bedoeld. Dichter bij huis kennen we natuurlijk ook voorbeelden, van Cuba tot aan onze eigen eilanden.

Als je een tijdje op een van die eilanden woont dan ontkom je er niet aan met die mentaliteit besmet te worden. Veel Curaçaoënaars, Arubanen, Bonairianen, etc. zien hun eiland onbewust als het centrum van de wereld. Kijk maar eens in de kranten, het buitenlandse nieuws staat ergens achterin en vooral op Papiamentstalige radiostations komt het internationale nieuws maar mondjesmaat aan bod.

Vergrootglas
Het is goed om af en toe eens van het eiland af te gaan om de zaken in perspectief te zien. Dan valt op dat we ons op Curaçao vaak druk maken over futiliteiten. Typerend zijn verzuchtingen als ‘dat kan alleen op Curaçao (of een ander eiland)’ of de variant ‘bij God en op Curaçao is alles mogelijk’. We leggen alles onder een vergrootglas, zodat het er indrukwekkend uitziet, maar onze problemen zijn echt niet zoveel anders dan die in landen als Nederland of de VS. En wat ‘alleen op Curaçao kan’ blijkt ook in die landen te gebeuren.

Politici en andere leidende figuren in onze gemeenschap spelen in op dat eilandelijke karaktertrekje, ‘shimaguni konjou’, en maken zichzelf en hun eiland veel belangrijker dan het is. Misschien zijn ze zich er zelfs niet eens van bewust. Want U dacht dat heel Nederland weet dat het Curaçaose voetbalelftal aan de hand van Patrick Kluivert een unieke prestatie heeft neergezet? In de krant stond toch dat alle Nederlandse media dit hebben gemeld? In werkelijkheid waren het meestal kleine berichtjes ergens onderaan de sportpagina of soms alleen op een website.

Eigen bevolking
Dat de Caribische premiers tot de Koninkrijksdelegatie bij de Verenigde Naties behoorden weten ze niet in Nederland. De foto’s van de heren bij de VN, met de koning en in de vergaderingen worden door alle voorlichters kwistig rondgestuurd. Maar verder dan de eigen bevolking komt dat niet. In het verslag van persbureau ANP over de toespraak van de koning was niets terug te vinden over zijn woorden over de Caribische delen van het Koninkrijk. Nog een voorbeeld. Topman Bouman van de Nationale politie treedt af. In alle Nederlandse media wordt gemeld dat hij omstreden was, maar u denkt toch niet dat ze daarmee zijn uitspraken over Sint Maarten bedoelen. Die worden nergens gemeld.

Laten we ons geen illusies maken: onze eilanden zijn niet het centrum van de wereld, de wereld kent ze nauwelijks. In Nederland zijn ze weinig meer dan een toeristische bestemming. Dat Eman namens het Koninkrijk de VN heeft toegesproken weet de wereld niet en dat Kluivert Curaçaose voetballers heeft gecoacht is alweer vergeten.

Afstand nemen
Moeten we ons daar dan druk over maken? Nee, we moeten gewoon doorgaan met het aantrekken van investeerders en toeristen, want daar leven we van. Maar het is goed om af en toe eens afstand te nemen. Even weg te gaan, vanuit de helikopter naar ons eiland te kijken en de realiteit onder ogen te zien. Om de ‘shimaguni konjou’ tegen te gaan.

Deze blog werd op 3 oktober 2015 als column uitgezonden door Paradise FM in het programma Wat een Week!

Boot 68

Persoonlijk heb ik helemaal niets met de Canal Parade, zoals die afgelopen zaterdag in Amsterdam voor de twintigste keer gehouden werd. Ik vind het maar een overdreven gedoe. Nou hou ik helemaal niet van grote mensenmassa’s en dit jaar was de Canal Parade een van de drukste ooit, dus ik heb een excuus. Maar los daarvan begrijp ik niet waarom er een apart soort homoseksuele carnavalsvariant moet zijn. Ik ga ervan uit dat je iedereen in zijn waarde moet laten, iedereen zichzelf moet laten zijn. Wie je ook bent, welke seksuele geaardheid, afkomst of huidskleur je ook hebt. Artikel 1 van de Grondwet. Dat hebben we zo afgesproken.

De Canal Parade, en meer in het algemeen Gay Pride, is dus niet nodig. Als we de Grondwet zouden naleven. En Amsterdam was toch altijd al gay-friendly, al valt daar wel wat op af te dingen tegenwoordig. Dit jaar deed er een Koninkrijksboot mee. Voor het eerst, zo wordt gezegd. En met succes: ‘Boot 68’ won meteen de eerste prijs. Overigens hebben er al eerder boten meegevaren met Caribische homo’s en lesbiennes (of nog breder LHBTI). Maar dit keer hebben de belangenorganisaties van de Caribische eilanden in het Koninkrijk de handen echt ineen geslagen. Dat is volgens de organisatoren nodig, omdat er grote verschillen bestaan tussen de rechten voor homoseksuelen in de verschillende delen van het Koninkrijk.

Weggepest
Ik moest afgelopen week denken aan Charlene Oduber. De Arubaanse die tien jaar geleden met haar Nederlandse vrouw naar haar geboorte-eiland kwam om samen een mooie toekomst op te bouwen. Dat plan mislukte, want hun huwelijk werd niet erkend op Aruba en haar geaardheid werd niet getolereerd. Het stel werd van het eiland weggepest en hun huwelijk overleefde dat niet. Ik moest aan haar denken toen het Arubaanse Statenlid Desiree Croes (gehuwd met een vrouw) de verwachting uitsprak dat het geregistreerd partnerschap voor stellen van gelijk geslacht snel ingevoerd zal worden op Aruba. Dat is tien jaar later, slechts tien jaar later.

Ik ben benieuwd wat het succes van de Koninkrijksboot gaat betekenen voor de acceptatie van (laten we het simpel houden) homoseksuelen op de eilanden. Ongetwijfeld stromen de felicitaties binnen van trotse politici en partijbonzen van die eilanden. Als er ergens ter wereld een Caribische miss in de top 10 eindigt van een of andere onbenullige competitie dan stromen de felicitaties ook binnen. Maar gaat het Curaçaose Statenlid Winnie Raveneau, die bekend staat om haar homohaat, nu een afkeurend persbericht rondsturen? Of houd ze wijselijk haar mond en kan die succesvolle Koninkrijksboot (en de Canal Parade) toch zorgen voor een doorbraak?

Boegbeeld
Ik vrees dat de negatieve sentimenten over homoseksualiteit nog wel even zullen blijven op de zes eilanden. Een prominent boegbeeld, dat werkt blijkbaar. Zoals Croes, maar ook Gay Pride kan daarbij helpen. Een paar jaar geleden werd een Curaçaose versie van het homo-evenement nog tegengewerkt, nu wordt het (voorzichtig) getolereerd. En – toegegeven – de Canal Parade kan hier ook een functie in hebben. De drempel om op zo’n boot te stappen is relatief laag en dat kan zelfs een heteroseksueel boegbeeld zijn uit solidariteit met de homogemeenschap. Bijvoorbeeld een minister, al trok de Curaçaose Gevolmachtigde minister zich dit jaar toch nog op het laatste moment terug. Dus ook al heb ik niet zo veel met de Canal Parade, laat hem toch nog maar even voortbestaan, inclusief de Koninkrijksboot. Tot ook in alle Caribische delen van het Koninkrijk de homoseksuelen voor normaal worden aangezien. Misschien dat we Boot 68 dan over tien jaar in het museum kunnen zetten.

De PR machine en de gemiste kans

Elke avond rond de klok van 18.00 uur komt een stroom persberichten op gang van de regering van Aruba. Alle media die zich met Aruba bezighouden worden voorzien van informatie. Netjes per onderwerp en voorzien van fotomateriaal. Het is tekenend voor de gestructureerde manier waarop de public relations op het buureiland zijn georganiseerd. Iedereen krijgt op hetzelfde moment in hapklare brokken al het nieuws van de overheid aangeleverd. Daar kun je dan daarna mee doen wat je wil natuurlijk, maar je weet dat je het krijgt.

Hoe anders gaat dat op Curaçao. Elk ministerie stuurt apart op willekeurige momenten persberichten rond, al dan niet voorzien van foto’s. Het ene ministerie heeft een ijverige PR-afdeling of woordvoerder die je overspoelt met tientallen levendige foto’s, bij het andere mag je blij zijn als er een stijf geposeerd portret bij zit. En je weet dus nooit wanneer je wat krijgt.

Cumbre de las Americas
Ik moest aan denken toen de heisa ontstond over de niet bestaande Curaçaose delegatie naar Panama, naar de Cumbre de las Americas, waar de Cubaanse president Raúl Castro en zijn Amerikaanse ambtgenoot Barack Obama weer wat betere vriendjes werden. De historische ontmoeting ging de wereld over. En wie stond daar bij? Weliswaar met de rug naar de camera, maar de Nederlandse premier Mark Rutte behoorde als enige Europeaan tot het selectieve gezelschap, zodat hij later aan zijn kleinkinderen – als hij die ooit krijgt – kan vertellen ‘ik was erbij’. Hij zag er ook wel een beetje uit als het jongetje dat zo graag op het feestje wilde komen, maar er toch niet echt bij hoorde. Maar dat terzijde.

De Arubaanse premier Mike Eman was er ook bij, al hebben we hem op het moment supreme niet gezien. Maar daar komt zijn geoliede PR-machine om de hoek kijken. De redacties werden die avond overspoeld met foto’s van Eman op de top, in geanimeerd gesprek met enkele hoofdrolspelers en andere hotemetoten (pardoner le mot).

Afspraken
Intussen was op Curaçao de kritiek losgebarsten over het ontbreken van de eigen premier in de Koninkrijksdelegatie. Vice-premier Van der Horst – premier Asjes genoot van een vakantie – mocht uitleggen dat er afspraken waren gemaakt over wie welke missies dit jaar zou meemaken en deze was toevallig naar Aruba gegaan. Toevallig? Echt niet, op Aruba hadden ze al lang door dat ze bij deze top moesten zijn. Laat dat maar aan communicator Eman en zijn PR-mensen over.

Overigens heb ik niemand gehoord over het feit dat die kritiek op het ontbreken van Curaçao wel een beetje laat kwam. Kennelijk was er ook bij de oppositie niemand alert genoeg om het belang van deze historische top op waarde te schatten. De kritiek kwam pas toen de publiciteit rond de ontmoeting Castro-Obama losbarstte, terwijl die toch al sinds de aankondiging van de ontspanning tussen beide landen voorzien kon worden.

Dat Van der Horst ook had gezegd dat minister Jardim met een bedrijvendelegatie naar Panama ging was niemand opgevallen. Dat komt goed uit, dachten de Curaoçaose voorlichters: zondagavond verschenen er ineens foto’s van de top waar Jardim op stond. Verbazing alom, het woord Photoshop viel zelfs even. Maar hij was er echt, hij moest een luchtvaartakkoord tekenen, liet zijn ministerie weten. En hij was gevraagd alsnog tot de Koninkrijksdelegatie toe te treden. Zijn deelname beperkte zich tot bilaterale gesprekken, aldus Van der Horst. Damage control, dat is duidelijk. Maar het werkte niet.

Nee, als het om PR gaat heeft de Curaçaose politiek nog veel te leren. De leermeester zit niet ver weg, namelijk op Aruba. De persberichten die elke avond komen zijn dan wel soms een grote Mike Emanshow, de ervaring leert dat hij zo wel in de krant komt. En meestal op de manier zoals hij dat wil. Kijk maar naar het hoogtepunt – of dieptepunt zo u wil – van zijn public relations kunsten: de hongerstaking vorig jaar over de begroting. Zelfs de Nederlandse pers smulde van de premier die ‘voor zijn volk’ in hongerstaking ging en van zijn al dan niet gespeelde emoties. Ook al waren ze daar wat kritisch over, een zekere sympathie kreeg Eman wel.

Schotte
Op Curaçao hadden we ooit een afgezette premier Schotte die zich opsloot in Forti, omdat er een staatsgreep tegen hem zou zijn gepleegd. Die actie keerde zich snel tegen hem. Ook al is Schotte misschien ook wel de enige politicus op Curaçao die zijn PR goed voor elkaar heeft, hij haalt het niet bij Eman.

Ik wil niet pleiten voor een grote goednieuwsshow door de politiek, want daar komt een goede PR natuurlijk vaak op neer. Maar beter nadenken over deelname aan delegaties en een slimmer beleid zou de regering goed doen. Dan mist Curaçao een volgende keer tenminste niet het juiste moment om te pieken.

Deze bijdrage was op 18 april 2015 als column te beluisteren in het programma Wat een Week! op Paradise FM 

Elkander bijstaan

Vandaag, 15 december, is het Koninkrijksdag. We vieren dat het Statuut 60 jaar bestaat. Koning Willem-Alexander doet dat door het koninkrijksconcert in Amsterdam bij te wonen. Op de Fokkerweg op Curaçao staat een monument, dat in de volksmond autonomiemonument heet. Aan de overkant begint de Rijkseenheidboulevard. Het monument is de afgelopen weken opnieuw in de verf gezet en de wegen eromheen zijn weer netjes gemaakt.

,,Steunend op eigen kracht, doch met de wil elkander bij te staan”, staat er op dat monument. Een uitspraak van koningin Wilhelmina uit de Tweede Wereldoorlog, die gezien wordt als het begin van de Nederlandse dekolonisatie. Op 15 december 1954 werd het Statuut door koningin Juliana ondertekend.

Uitvliegende vogels
Het monument is een nest met zes uitvliegende vogels. De zes eilanden van de toenmalige Nederlandse Antillen. Het symboliseert de dekolonisatie, want de Antillen kregen zelfbestuur en het monument kreeg een symbolische plek, namelijk op een drukke rotonde waar iedereen wel eens gebruik van moest maken. Ruim 30 jaar geleden werd er een nieuwe weg aangelegd, waardoor de rotonde zijn functie verloor. Het monument staat er nu een beetje verloren bij. Je komt er alleen als je toevallig in een van de nabijgelegen kantoren moet zijn. Ook dat is, hoewel ongewild, symbolisch. Het Statuut wordt inmiddels door zo’n beetje iedereen verguisd.

Drie van de zes vogels zijn door moedervogel Nederland onder de vleugels genomen, maar ze voelen zich er niet echt bij horen. De drie andere vogels zijn half uitgevlogen, maar voelen zich juist betutteld, omdat ze steeds te horen krijgen dat ze het niet goed doen. Sinds 2010 volgen de aanwijzingen elkaar op. Zelfs het braafste jongetje van de klas, Aruba, moest er aan geloven. Het gevoel neemt toe dat Nederland liever van het kroost af wil, maar Den Haag kan dat niet alleen beslissen. Dus worden de eilanden maar een beetje gepest tot ze er misschien zelf genoeg van krijgen. ‘Eén telefoontje is genoeg’ is een inmiddels bekende uitspraak van de Nederlandse premier.

Neokoloniaal
Op de eilanden wordt Nederlandse bemoeienis als een juk ervaren, volgens sommigen zelfs als neokoloniaal. Maar is er nog een alternatief voor een van de partijen? Een Gemenebestmodel is onlangs nog besproken in de Tweede Kamer, maar dat lijkt een manier voor de initiatiefnemers om de handen grotendeels van de eilanden af te kunnen trekken. De enige manier voor de eilanden om Den Haag af te schudden is volledige onafhankelijkheid, ooit de bedoeling van dat nest met zes uitvliegende vogels. Die beweging is in ieder geval op Curaçao de laatste jaren sterker geworden, maar een meerderheid is er niet voor. Dat lijkt ook onverstandig, want hoezeer Nederland ook lastig is, het Koninkrijksverband biedt zoveel voordelen dat we op de eilanden het nog altijd beter hebben dan veel andere Caribische landen. En voor ingrijpende veranderingen moet het Statuut worden aangepast. En dat kost vele jaren van praten en masseren, dat hebben we gezien in de aanloop naar de wijzigingen van 2010. Het Statuut is dus, zoals dat vaak wordt gezegd, voor beide zijden van de oceaan een knellend verband.

De conclusie is dat we vandaag met zijn allen Koninkrijksdag vieren ter ere van het 60-jarige Statuut. Een gedrocht misschien, maar we hebben niks beters. Dus glimlachen we vandaag als een heleboel boeren met kiespijn. Cadeautjes vanwege deze verjaardag hoeven we zeker niet te verwachten. Burgers in Nederland zal het, als ze er al iets van meekrijgen, worst wezen. En aan deze kant van de oceaan vieren we het met een korte ceremonie en misschien een dagje op het strand. Maar voor de meeste mensen op Curaçao is het gewoon weer een werkdag.

Bewonderen
Het monument is mooi opgeknapt, de wegen zijn weer netjes geasfalteerd. Maar met de wil om elkaar bij te staan is het niet goed gesteld. Die is er alleen nog omdat het Statuut dat afdwingt. Maar deze zes vogels mogen nog lang blijven staan, want ze verdienen het om af en toe weer eens bewonderd te worden, door ons als eilandbewoners en door de politici, op de eilanden en in Den Haag.

Dit artikel is een bewerkte versie van een column die op 13 december 2014 werd uitgezonden door radiostation ParadiseFM op Curaçao en werd ook gepubliceerd in het Antilliaans Dagblad.

Bom onder Statuut

Premier Eman protesteertNederlandse regeringen zijn de afgelopen decennia nooit een fan geweest van het Statuut. Maar afgezien van wat vergeefse pogingen om het Statuut naar Nederlandse wensen te wijzigen, hebben de politici zich er altijd met frisse tegenzin bij neergelegd dat het in het Koninkrijk nu eenmaal zo geregeld is sinds 15 december 1954. Minister Plasterk van Koninkrijksrelaties, en met hem het hele Nederlandse kabinet, gooit nu alsnog een bom die als hij niet snel onschadelijk wordt gemaakt weleens desastreuze gevolgen kan hebben voor het Koninkrijk.

Dat juist Aruba de hoofdrol speelt in deze ‘oorlog’ zal menigeen verbazen. Premier Mike Eman was tot vorige week de grootste fan van het Koninkrijk en de Nederlandse regering sprak keer op keer lovende woorden over hem. Dat het huishoudboekje van de regering Eman niet op orde was, speelde in de verkiezingscampagne vorig jaar nauwelijks een rol. Oppositiepartij MEP deed pogingen, sommige oppositiepartijen in de Nederlandse Tweede Kamer probeerden het, maar minister Plasterk bedekte het met de mantel der liefde en  de Arubaanse kiezers deerde het kennelijk niet. Eman’s AVP boekte een ruime overwinning.

Leiband
Het kabinet Eman deed wel een poging iets aan de schulden en tekorten te doen. Juan David Yrausquin leek de juiste man om als minister van Financiën de begroting op orde te brengen. Maar toen de begroting voor 2014 eind juni eindelijk klaar was, begon Nederland ineens moeilijk te doen. Aruba moest net als Nederland het tekort terugbrengen tot onder de 3 procent en er werd te weinig bezuinigd. Gouverneur Refunjol, al dan niet aan de leiband van Nederland, zette geen handtekening onder de begroting. En dus is er nog steeds geen begroting.

Waarom nu ineens? Je kunt een aantal redenen bedenken. In 2010 lukte het Nederland bij de ontmanteling van de Antillen de nieuwe landen Curaçao en Sint Maarten onder een soort curatele te stellen door middel van consensus Rijkswetten. De begrotingen van beide landen (en ook die van Caribisch Nederland, de BES-eilanden) worden voortdurend gecontroleerd door het College financieel toezicht (Cft). Nederland zag met lede ogen toe dat Aruba hier buiten bleef.

Lege dozen
Toch is dit tot nu toe geen probleem geweest. Aruba was immers het braafste jongetje van de klas. Maar intussen wordt minister Plasterk in Nederland al regelmatig afgeschilderd als minister van lege dozen: zijn ministerie is deels uitgekleed en zijn ambitieuze plannen uit het regeerakkoord zijn allemaal mislukt. Blijft over Koninkrijksrelaties. Daar kan hij nog iets laten zien. Aruba is het kind van de rekening, zo lijkt het.

Het Statuut, waarmee ik dit verhaal begon, is in Nederlandse ogen nog steeds een onding. Maar voor de eilanden is het de basis waarop zij zich prettig voelen in het Koninkrijk. Daarin is hun autonomie verankerd. Nederland heeft weinig mogelijkheden de Caribische partners iets op te leggen. Alleen als ze het heel bont maken kan Nederland ingrijpen.

Vrije interpretatie
Voor Nederland zijn daarom die consensus Rijkswetten belangrijk. Die bieden wat meer instrumenten om de overzeese vrienden te vertellen wat ze moeten doen door middel van een aanwijzing. Minister Plasterk zou graag zien dat dit ook voor Aruba geldt. Omdat dit niet zo is, heeft hij een wel heel vrije interpretatie bedacht van het Statuut (artikel 43: het Koninkrijk waarborgt de deugdelijkheid van bestuur) en het Reglement voor de Gouverneur van Aruba (artikel 21: De gouverneur tekent niet als een wet in strijd is met de belangen van het Koninkrijk).

Een slechte Arubaanse begroting schaadt dus de belangen van het Koninkrijk. Let wel: de reglementen voor de gouverneurs van Curaçao en Sint Maarten zijn hetzelfde, dus ook daar kan dit gebeuren. Op die manier kan de Rijksministerraad (RMR) wel erg veel invloed gaan uitoefenen op de gang van zaken in de ‘autonome’ landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Want alle landen zijn wel vertegenwoordigd in de RMR, het is getalsmatig nog altijd Nederland dat bepaalt. Je kunt erover twisten of dat een slechte zaak is, maar het is zeker niet in de geest van het Statuut en de reglementen voor de gouverneurs.

Wat het nog erger maakt is de manier van optreden van Plasterk. Een week nadat hij een akkoord sloot over een onderzoek naar de begroting van Aruba grijpt hij alsnog in. Hij maakt misbruik van de positie van de gouverneur door hem een aanwijzing te geven. Of je het ook zo noemt of niet, dat is puur semantiek, een woordenspel. Volgens een woordvoerder van Plasterk hield Aruba zich niet aan het akkoord. Dat zal dan wel, het heeft er alle schijn van dat Plasterk gewoon wil laten zien dat hij wel degelijk daadkrachtig kan optreden.

Hongerstaking
Overigens is een hongerstaking van de premier ook niet de juiste reactie. Natuurlijk is Eman boos, maar de grote redenaar zal toch wel in staat zijn een goed gesprek te organiseren? Dit gebaar lijkt alleen bedoeld voor binnenlands gebruik naar de kiezers en de oppositie: kijk eens hoe boos ik ben.

De conclusie van dit alles is dat er hard gewerkt wordt aan het opblazen van het Koninkrijk. Plasterk legt de bom, Eman laat hem ontploffen. Misschien dat de Raad van State nog de rol kan spelen van Explosieven Opruimingsdienst. Maar de schade zal groot zijn, of de bom nu ontploft of niet.