Maandelijks archief: mei 2013

Nu beste gelegenheid voor excuses slavernij

Slavernijmonument_2009_PatrCrOp 1 juli wordt in Amsterdam officieel gevierd dat 150 jaar geleden de slavernij door Nederland werd afgeschaft. Keti Koti is onder Surinamers al vele jaren een groot feest; in Suriname is het een belangrijke feestdag. Maar vooral sinds het Slavernijmonument in het Amsterdamse Oosterpark werd onthuld wordt het breder gevierd. Dit jaar is een jubileumjaar en daarom komen koning Willem-Alexander en koningin Máxima naar Amsterdam. Een uitgelezen moment om officieel excuses aan te bieden voor het Nederlandse slavernijverleden.

Het is een onderwerp dat veel losmaakt, vooral bij de nakomelingen van slaven in Suriname en de Antillen. De radicale beweging eist niet alleen excuses, maar ook herstelbetalingen. Tegenstanders van excuses – dat zijn vooral Nederlanders -vinden die overbodig, omdat de slavernij in de tijdgeest moet worden gezien. Iedereen hield in die tijd slaven. En de huidige generatie is niet verantwoordelijk voor wat onze voorouders hebben gedaan, zeggen sommigen.

Dat neemt niet weg dat we inmiddels tot het inzicht zijn gekomen dat de slavernij verkeerd was, en de slavenhandel al helemaal. Maar verder dan een moeizame erkenning van de fouten uit het verleden is het nog steeds niet gekomen. Daarin staat Nederland overigens niet alleen; ook in Groot-Brittannië en de VS werd er lang omheen gedraaid.

Doodgezwegen
Nederland was in 1863 laat met de afschaffing van de slavernij. Daarna werd het onderwerp vrijwel doodgezwegen. In schoolboeken is er nauwelijks aandacht voor. In die opstelling leek wat verandering te komen, maar de bezuinigingswoede maakte ook mooie instellingen als het onderzoeksinstituut NiNsee en het Tropeninstituut tot slachtoffers. Daarmee lijkt dat verleden toch weer in de kelders van de geschiedenis te verdwijnen.

Nederland was lange tijd het land van het opgeheven vingertje. Dat mag de laatste jaren wat minder zijn geworden, het zou koning Willem-Alexander sieren als hij op 1 juli nu eens overduidelijk afstand neemt van deze zwarte bladzijde uit het verleden. Excuses maken dat verleden niet goed, maar het is een belangrijk gebaar naar de mensen die door de slavernij nu (ex-)Rijksgenoten worden genoemd.

Advertenties

Zonder Wiels valt Curaçao terug in oude politiek

Helmin WielsDe moord op Helmin Wiels betekent een klap voor de politiek op Curaçao. Sinds de verkiezingen van oktober 2012 was hij de leider van de grootste partij op het eiland: Pueblo Soberano. Wiels veranderde niet alleen het politieke landschap, ook de manier waarop politiek wordt bedreven. Het wegvallen van Wiels zal gevolgen hebben voor Curaçao en misschien ook voor de verhouding met Nederland. Op het eerste gezicht lijkt het voor Nederland makkelijker te worden, omdat Wiels soms erg anti-Nederlands was. Maar hij durfde wel misstanden aan te kaarten en het gevaar dreigt dat Curaçao nu terugkeert naar de oude politiek.

De moord op Wiels roept onwillekeurig herinneringen op aan de moord in Nederland op Pim Fortuyn. Beiden waren populistische politici die veel kiezers aanspraken. En dan vooral die kiezers die weinig moesten hebben van de heersende politieke moraal. Toch zijn er ook verschillen. De moord op Fortuyn was duidelijk een politieke moord, uitgevoerd door een eenling. Of de moord op Wiels politiek gemotiveerd was moet nog blijken, maar de meeste theorieën gaan op dit moment uit van een criminele achtergrond.

Nationalist
Wiels wordt net als Fortuyn vaak een nationalist genoemd. Dat zag hij zelf anders. In een interview met de NTR (juli 2012) wees hij de term nationalist af: “Ik ben een Curaçaoënaar.” Iedereen die Curaçao een beetje kent weet dat hij daarmee het Papiamentse begrip ‘yu di Kòrsou’ bedoelde. Dat is veel breder dan ‘Curaçaoënaar’. Je bent als ‘kind van Curaçao’ trots op je eiland, al bijna bij voorbaat nationalistisch. Dat zal met de dood van Wiels niet veranderen, want dat gevoel heerst al decennialang op het eiland.

Wiels maakte in de politiek het verschil door in een dagelijks radioprogramma onverbloemd ‘de waarheid’ te zeggen. Hij noemde de dingen bij hun naam en schroomde niet daarbij mensen te beledigen of voor corrupt uit te maken. Politiek van de onderbuik zou je dat kunnen noemen. Wat dat betreft kon hij het prima vinden met oud-PVV Kamerlid Hero Brinkman, die de Curaçaose politici op de kast kreeg door vergelijkbare dingen te zeggen.

Het vertaalde zich in steeds meer stemmen voor Pueblo Soberano bij opeenvolgende verkiezingen. Dat de partij onafhankelijkheid  voor Curaçao nastreeft namen de meeste kiezers op de koop toe. De gemiddelde Curaçaoënaar is nog steeds blij met het Koninkrijk. Dat is trouwens heel iets anders dan blij zijn met Nederland, want politiek Den Haag zien ze in Willemstad vooral als een stelletje bemoeiallen. En van dat laatste sentiment profiteerde Wiels door zich enorm af te zetten tegen Nederlanders.

Slim
Toen Pueblo Soberano in oktober 2012 de grootste partij werd toonde Wiels zich niet alleen een charismatisch, maar ook een slim politicus. Nadat hij twee jaar lang in een coalitie had gezeten met Gerrit Schotte (MFK), met wie hij voortdurend ruzie had, liet hij de MFK als een baksteen vallen toen hij de kans kreeg. Daarbij moet gezegd worden dat hij zich altijd zeer kritisch opstelde tegenover de regering-Schotte. Hij verving keer op keer zijn eigen ministers.

Pueblo Soberano zal nu een nieuwe leider moeten vinden. Zijn partijgenoten bezworen op de avond van de moord zijn werk te zullen voortzetten. Toch dringt zich weer de vergelijking met de LPF van Pim Fortuyn op. Wiels wàs Pueblo Soberano. Gevreesd moet worden dat er geen opvolger is die het charisma van Wiels combineert met zijn gevoel voor de politieke werkelijkheid. De grote stemmentrekker is niet meer, waardoor de neergang onvermijdelijk lijkt. De invloed van Wiels op de politiek op Curaçao zal langzaam afnemen.

Oude politiek
Zolang de daders niet zijn gepakt zal bovendien de vrees blijven bestaan dat de loterijmaffia achter de moord zat. Weinig mensen zullen zo luidkeels de corruptie durven aanklagen. In Nederland zullen veel partijen vooral dat betreuren. De reacties uit Nederland op de dood van Wiels zijn veelzeggend, al zit daar natuurlijk ook een element in van ‘over de doden niets dan goeds’. Met Wiels was men het vaak niet eens, maar zijn invloed had toch een positief effect op de relatie tussen Curaçao en Nederland. Met het door Wiels geformeerde ‘takenkabinet’-Hodge kon Den Haag goed zaken doen. Op het nieuwe politieke kabinet, dat nu geformeerd wordt, heeft Wiels nog invloed gehad. Daarna is het weer aan de oude politiek. Dat perspectief stemt weinig optimistisch.

Dit artikel verscheen op 8 mei ook in dagblad Trouw

Trouw misplaatst positief over slavernij

Tulamonument op Curaçao

Tulamonument op Curaçao

Jammer dat Trouw een podium biedt voor de aloude mare dat het best wel meeviel met de slavernij op Curaçao. Vooral de kop op de voorpagina van De Verdieping van 29 april stuit mij tegen de borst: ‘Curaçao was best goed voor zijn slaven’. Hoe kun je goed zijn door rechteloze mensen te behandelen als voorwerpen?

Vooropgesteld: ik heb veel waardering voor Els Langenfeld en Jeannette van Ditzhuijzen, die zich rond dezelfde tijd als ik op Curaçao vestigden. Zij hebben zich verdiept in de Curaçaose samenleving en hun best gedaan te integreren. Dit in tegenstelling tot veel andere Nederlanders die op Curaçao komen wonen.

Des te meer ben ik teleurgesteld in hun artikel over de slavernij op Curaçao. Het viel allemaal best mee? Van Ditzhuijzen stelt geen kritische vragen en dat is misschien ook niet zo vreemd. Want ze schreef eerder al samen met Langenfeld een artikel met vrijwel dezelfde teneur voor het Historisch Nieuwsblad.

Tula
Als de Curaçaose slaven het relatief zo goed hadden, waarom kwamen Tula en Karpata dan in 1795 in opstand? Niet omdat ze het zo goed hadden, maar omdat ze rechteloos waren en omdat ze werden uitgeknepen. En de manier waarop die opstand is neergeslagen was ook niet bepaald zachtzinnig; de opstandelingen werden geradbraakt, gemarteld en onthoofd. Hun hoofden werden ter afschrikking op straat tentoongesteld.

Toegegeven, de stadsslaven hadden het beter en er waren relatief veel vrijgemaakten op Curaçao. Die hadden het soms beter, maar het was voor de (ex-)eigenaren ook simpelweg goedkoper, want de plantages brachten op het eiland weinig op. En als vrijen moesten de ex-slaven hun eigen kostje scharrelen en konden ze worden ingehuurd wanneer het nodig was. Hun inkomsten waren minimaal. Geen wonder dat de slaven het vergeleken met die groep niet slechter hadden.

Conclusies
Langenfeld heeft hart voor Curaçao. Daarom ben ik ervan overtuigd dat ze het slavernijverleden niet goed wil praten. Maar ik heb de indruk dat er hier wat te gemakkelijk conclusies worden getrokken uit archiefstukken. Ze is overigens niet de eerste en niet de enige; in juni 2012 promoveerde Han Jordaan op archiefonderzoek waarin hij tot dezelfde conclusie komt. Wel opvallend dat het altijd Nederlandse onderzoekers zijn die deze voor het Nederlandse slavernijverleden positieve conclusies trekken.

Het omgekeerde gebeurt ook, laat dat duidelijk zijn. In de voormalige koloniën wordt soms heel radicaal gedacht over de Nederlandse slavernij, waarvoor torenhoge herstelbetalingen worden geëist. Dat mag overdreven zijn, toch hecht ik meer waarde aan een Curaçaose wetenschapper als dr. A.F Paula, die bijna zijn hele leven aan dit onderwerp heeft gewijd en tot minder gunstige conclusies komt dan Langenfeld.

Dit is de volledige versie van het artikel dat op 1 mei iets ingekort werd geplaatst in Trouw.